Als je de ansicht mag geloven is het bejaardentehuis een weldadige plek
https://images.nrc.nl/gSj-o6UUhkLp8u-G5SFAq0pp4fk=/1200×627/smart/filters:no_upscale()/s3/static.nrc.nl/bvhw/files/2019/04/data43566214-570bc1.jpg

‘Beste Plouce en Dick, Aardig dat je een kaart hebt gestuurd. Het gaat redelijk goed met mij. Iedere dag ga ik een eindje wandelen en ik lees veel. Verder heb ik een fax. Daar heb ik veel profijt van want ik ben te doof om te bellen met de kinderen. Hartelijke groeten ook van Wil en Ad.”

Een kaartje uit Bejaardentehuis Thureborgh in Dordrecht. Als je de ansicht mag geloven was het een weldadige plek. Parkje voor de deur, bankjes in de zon. Het staat afgedrukt in We mogen niet klagen, kaarten uit het bejaardentehuis, van Sonja van Hamel en Robert Muda. Eerder maakten ze een boek met oude ansichtkaarten waarop een rood autootje stond – een ongelooflijk optimistisch, vrolijk boek, dat las als een roadmovie.

Kaarten van bejaardentehuizen proberen ook optimistisch te zijn. De lucht is blauw, het gras is groen en bijna altijd zijn de oranje zonneschermen uitgerold. Als er eens een kleurelement ontbrak, gooide de fotograaf gewoon een paar rozen in een struik op de voorgrond.

Die bejaardentehuizen waren dan ook een krachtig symbool van vooruitgang. Ooit belandde je, als het echt niet anders kon, in het oudemannen- of vrouwenhuis. In 1963 werd de Wet op de bejaardenoorden aangenomen, in 1965 opende het eerste Nederlandse bejaardentehuis, in Limburg. In korte tijd verrezen overal diezelfde eenvormige flats waar ook gezonde 65-jarigen zich vol enthousiasme voor op de wachtlijst lieten plaatsen. Gezellig samen biljarten en breien, je had je natje en je droogje, wat een welvaart.

Op de achterkant van de kaarten die Van Hamel en Muda de afgelopen twee jaar verzamelden, lees je tussen de regels door wat er achter die zonovergoten façade zat. „Met ons gaat het naar omstandigheid ook nog goed. We mogen niet klagen.” Of: „Het is wel eenzaam op mijn kamertje […] komt nooit Mesch naar om kijken. Meschen allemaal eigen kamer”, schrijft Aafke, die postuum een dubbelprijs zou krijgen voor onbedoelde poëzie én de meeste letters per vierkante centimeter. Van Hamel en Muda werden er zo door getroffen dat ze de geadresseerde opspeurden, een nog zelfstandig wonende dominee van 93 die zich ‘Aafje’ nog goed wist te herinneren. De tekst is op prachtig melancholische muziek gezet door muziektheatergroep Bot.

‘We mogen niet klagen’. Misschien tekent de uitspraak deze generatie ouderen, die nog wist dat je het een stuk slechter kon treffen. Maar zo geanimeerd als de biljartzalen eruitzagen, zo groot als de bloemstukken in de eetzalen op de foto stonden, zo sierlijk als de fontijnen in de vijvers spoten, zo was het leven achter de schuifdeuren (met sluis) vaak niet. De gezondheid ging achteruit, die eetzaal daar kwam je allang niet meer en het personeel had soms amper tijd voor een praatje. Maar klagen? Nee, dat nooit. Die kaartjes, uit het winkeltje bij de ingang, waren soms de enige manier om even aandacht te vragen. „Bij mijn kamer heb ik een stipje gemaakt. Dat is de etage, kamer 1.14.”

Eén van de favorieten van Van Hamel en Muda is de kaart van bejaardentehuis Avondzon in Velp, met in het midden een brede slingertrap met rode loper. De „stairway to heaven”, zegt Muda. Avondzon haalde in 1992 nog NRC. Onrust onder de bewoners, want het tehuis moest sluiten. Al in de jaren zeventig was het inzicht gekomen dat het beter (en goedkoper) was om ouderen zo lang mogelijk zelfstandig te laten wonen.


Lees ook: Wat stond er vroeger altijd op een ansichtkaart?

Zoals het met Avondrust afliep, verging het de meeste van deze complexen. In Thureborgh in Dordrecht stonden steeds meer kamers leeg, na vijftig jaar verloor het in 2015 zijn functie als verzorgingshuis. Voor 320 euro kunnen studenten er nu een studio van 23 vierkante meter huren.

We mogen niet klagen, kaarten uit het bejaardentehuis, Sonja van Hamel en Robert Muda, uitgeverij De Harmonie, 160 blz.,17,90 euro. ‘Aafke’ is te beluisteren op birdfish.nl.

Source link

nuno-show.nl