BookSpot Literatuurprijs begint ook prijs voor literaire non-fictie

BookSpot Literatuurprijs begint ook prijs voor literaire non-fictie
https://images.nrc.nl/BZ3w4Dbk94AarwBpG_hqFUorp6M=/1200×627/smart/filters:no_upscale()/s3/static.nrc.nl/bvhw/files/2019/04/data43528392-61e772.jpg

Een literatuurprijs voor algemene non-fictie: die was er nog niet. Vanaf komend najaar wel. De BookSpot Literatuurprijs (voorheen AKO Literatuurprijs) maakte donderdag in een persbericht bekend dat de prijs voortaan in tweeën wordt gesplitst, waarbij het totale prijzengeld wordt verdubbeld. Er komt een BookSpot Literatuurprijs fictie én een BookSpot Literatuurprijs non-fictie. Aan de prijzen is een bedrag van 50.000 euro elk verbonden. Het geld komt van BookSpot, de online boekhandel die eigendom is van Novamedia (het bedrijf van PostCodeloterij-oprichter Boudewijn Poelmann).

Weer een prijs in het overvolle literair prijzenfestijn? Ja, maar voor deze prijs is ruimte, volgens Jeroen Kans, secretaris van de Stichting Jaarlijkse Literatuurprijs voor Fictie en Non-fictie, die onafhankelijk van BookSpot de jury voor de prijs benoemt. Hij legt uit: „Er zijn deelprijzen, zoals de Libris Geschiedenisprijs, de Nederlandse Biografieprijs, de Bob Den Uylprijs voor reisverhalen, de Nico Scheepmaker Beker voor het beste sportboek, etc. Maar niet voor het genre als geheel. De BookSpot Literatuurprijs non-fictie bekroont een boek dat uitblinkt in het genre van verhalende non-fictie. We nemen daarin het hele scala mee, van politiek, geschiedenis, wetenschap, sport, reizen, biografie tot kunst.”

Drie keer een non-fictie winnaar

Tot nu toe werden zowel fictie als non-fictie voor de BookSpotprijs (en voorgangers) over één kam geschoren, waarbij non-fictie het in de eindfase vaak aflegde tegen fictie. David van Reybroucks Congo was in 2010 de laatste non-fictie titel die de prijs won. Daarvoor was dat Dik van der Meulen die in 2003 met de biografie van Multatuli de prijs won, en in 1996 mocht Frits van Oostrom die in ontvangst nemen voor Maerlants wereld. Drie keer een winnaar terwijl de prijs (het meest als ‘AKO Literatuurprijs’ maar soms ook onder andere namen, en sinds 2018 als BookSpot Literatuurprijs) al sinds 1987 bestaat. Aan het aantal non-fictietitels dat opgestuurd wordt, ligt het niet. Vorig jaar kreeg de jury 460 titels te beoordelen, daarvan was veertig procent non-fictie.

David van Reybrouck met de AKO-literatuurprijs.

Foto MARCEL ANTONISSE

Dat de prijs meestal naar fictie gaat is omdat „een hoop mensen – ten onrechte – fictie nog steeds hoger aanslaan”, vermoedt schrijfster Suzanna Jansen. Vorig jaar haalde zij met het literaire non-fictie boek Ondanks de zwaartekracht de shortlist van de BookSpotprijs, en deze maand verscheen van haar Wael, het verhaal van een jongen uit Syrië. Ze hoopt dat met deze prijs een einde komt aan het idee dat fictie meer aanzien heeft: „Ik had even mijn twijfels, maar als het echt om literaire non-fictie gaat dan vind ik het een goed idee. Ik zie deze prijs als de emancipatie van het genre, het krijgt eindelijk dezelfde waarde als fictie.”

Zou non-fictie het niet juist steeds beter kunnen opnemen tegen fictie en is het niet juist aantrekkelijker één prijs te behouden voor eventueel het dubbele bedrag? Geert Mak vindt het terecht dat de twee genres gescheiden worden: „Het zijn echt wel verschillende takken van sport. Er zijn fantastische non-fictie boeken, die literair middelmatig zijn. Neem Svetlana Aleksijevitsj, de boeken van deze Nobelprijswinnares voor literatuur zijn fantastisch, maar geen literaire hoogstandjes. Je zou de prijs eigenlijk naar Joseph Roth moeten vernoemen: hij is op alle vlakken goed en voor de meeste non-fictie schrijver hét voorbeeld.”

Ook boekverkopers in jury

Voor de erkenning hoeft het niet echt, denkt Mak. De lezers zijn genoeg doordrongen van het belang van non-fictie en er is een grote gretigheid naar kennis, „ze zijn niet gek”. Dat een non-fictie-auteur, Annejet van der Zijl, het Boekenweekgeschenk 2020 schrijft bevestigt dat beeld. Waar de waarde wel in zit volgens Mak is dat het schrijven van non-fictie een dure aangelegenheid is.

Mak: „Schrijver zijn is sowieso duur, maar bij non-fictie komt daar nog allemaal onderzoek bij en reizen maken, dat kost enorm veel geld.”

Er is één jury voor beide prijzen, maar waar die voorheen bestond uit alleen maar recensenten is die nu uitgebreid met boekverkopers. De longlist zal niet meer uit 25 titels bestaan, maar twee keer 15 titels bevatten, en op elke shortlist komen dit najaar vijf titels te staan, en er komen dus twee winnaars uit de bus.

Source link