De middag dat vicepremier Schouten ontsteld weg beende uit intern beraad

De middag dat vicepremier Schouten ontsteld weg beende uit intern beraad
https://images.nrc.nl/mUVEOTvbyyV25tgvncVcAfz0g0s=/1200×627/smart/filters:no_upscale()/s3/static.nrc.nl/images/gn4/stripped/data43338469-82c9db.jpg

De dag voor de Statenverkiezingen, dinsdag 19 maart, aan het begin van de middag, was er een ogenschijnlijk doodnormaal coalitieberaad in een kamertje nabij de nationale vergaderzaal.

Een van de tientallen wekelijkse overlegjes die Rutte III op de been moeten houden.

Aanwezig waren: de landbouwwoordvoerders van de coalitie, minister en vicepremier Carola Schouten (Landbouw, CU) en haar politiek adviseur. Het begon om half twee.

Mensen waren moe. Moe van de campagne. Moe van Baudet. Maar ook moe van de coalitie – omdat het telkens een loodzware klus is over relatief kleine beleidsdossiers overeenstemming te bereiken.

Nu ging het over mestbeleid. De minister had de Kamer in februari geschreven dat voorlopige CBS-cijfers erop duidden dat de melkveehouderij het plafond voor stikstofuitstoot dreigde te overschrijden.

Gevoelige materie, om twee redenen. Nederland mag van de EU dankzij een uitzonderingspositie (‘derogatie’) meer mest uitstoten dan de Europese normen toestaan, en die positie kan verloren gaan als ons land zich niet aan de eigen uitstootnormen houdt.

Daarom had Schouten in haar brief de term „generieke korting” (van de veestapel) laten vallen. Hoewel ze schreef dat ze zo’n korting wilde voorkomen, waren vooral Kamerleden van VVD en CDA, Helma Lodders en Jaco Geurts, hierop aangeslagen.

Zij wilden er niets van weten. Ze wierpen de minister in het coalitieberaad tegen dat 17.000 boerengezinnen zouden worden getroffen – terwijl melkveehouders een eerdere korting, uit Rutte II, nog aan het verwerken waren.

Bovendien klaagden ze dat Schouten het CBS niet achter de vodden zat: het statistiekbureau had volgens Lodders en Geurts in zijn model het gemiddelde gewicht van een koe verhoogd – van zeshonderd naar 650 kilo – en alleen die bureaucratische keuze veroorzaakte, zeiden ze, deze discussie.

Zo werd het een onvruchtbaar en soms vijandig gesprek. Ook omdat D66-woordvoerder Tjeerd de Groot, oud-topambtenaar op Landbouw, de omgekeerde positie innam: hij benadrukte dat het vraagstuk van de veestapel veel te lang met lapmiddelen is opgelost.

Probeer die benaderingen maar eens te lijmen.

Daar kwam, begreep ik, voor Schouten bij dat minister Wiebes, ook VVD, binnenskamers geregeld lijstjes opstelt met ideeën voor nader klimaatbeleid, waarop korting van de veestapel bijna altijd voorkomt.

Dus toen op 19 maart Wiebes’ partijgenoot Lodders een beladen term liet vallen – lezingen verschillen over wat ze precies zei – ging bij vicepremier Schouten het licht uit.

Zij pakte haar spullen – en beende weg.

Het illustreerde met welke dilemma’s Den Haag nu te maken heeft. De enorme inspanningen om de coalitie met al die overlegjes bij elkaar te houden. Het verschil in wereldbeelden. De nervositeit over Baudet.

En: de spagaat waartoe coalitiepartijen worden gedwongen om de samenwerking intact te houden.

Het mestbeleid is daarbij trouwens een interessante testcase voor de klimaatplannen van Rutte III – omdat het, als instrument van milieupolitiek, al 35 jaar bestaat, en de ervaringen inzicht kunnen geven in wat het nieuwe klimaatbeleid teweeg zal brengen.

Want klimaatbeleid gaat in bijna alle gevallen uit van twee verwachtingen: vertrouwen in technologische vooruitgang en geloof in het vermogen van de politiek om gedrag van burgers en bedrijven te beïnvloeden.

En bij het mestbeleid is dit al 35 jaar behelpen. Dus dit zou voor- én tegenstanders van de komende klimaatmaatregelen te denken mogen geven: technologische vooruitgang heeft de groei van de sector niet aangetast, en de normering van klimaatschadelijke uitstoot leidt al decennia tot oplopende spanningen van de sector met de overheid.

Dus wie nadenkt over een CO2-heffing voor de industrie, moet misschien eens kijken naar de ervaringen met mestboekhoudingen en stikstof- en fosfaatheffingen.

Rutte maakte vrijdag – geen verrassing – bekend dat het kabinet extra tijd neemt voor de conceptie van klimaatbeleid – en je kunt er vergif op innemen dat we pas in juni meer te weten komen, na de Europese én Eerste Kamerverkiezingen.

Ik moet zeggen: het zit de coalitie ook wel erg tegen. Deze week werden de stemwaarden per provincie voor de Eerste Kamerverkiezingen bekend, zodat de fijnproevers nog preciezer kunnen doorrekenen hoe de nieuwe senaat eruit kan komen te zien.

De korte versie: als de coalitie 31 zetels wil halen, gaat dit bijna zeker ten koste van de PvdA (die dan terugzakt van zeven naar zes) en de SGP (die dan blijft steken op één).

De uitkomst is dan een coalitie die ingewikkelde deals met meer partijen moet sluiten (bijvoorbeeld: PvdA en SGP; of PvdA en OSF, etc.) om niet afhankelijk te zijn van alleen Klaver of alleen Baudet.

Alsof regeren nu al niet ingewikkeld genoeg is.

Verder merkte ik dat VVD’ers sceptischer over Rutte beginnen te praten.

Zo legde een oud-parlementariër uit dat Baudet bewijst dat de VVD de confrontatie met Rutte moet aandurven: terug naar de aanpak van Bolkestein.

Niet voortdurend Kamervragen stellen, niet meepraten in cockpitoverleg, neen: eigen overtuigingen te berde brengen – en geen gezwalk wanneer je daarop wordt aangevallen.

„Als iedereen boos op je was zei Frits: jij hebt iets goed gedaan”, vertelde hij.

Een zittend VVD-Kamerlid was beducht voor het moment dat het kabinet met links in zee moet om te overleven. Hij zei: dan lopen de belangen van Rutte en de partij niet meer parallel; dan moeten we zeggen: Dijkhoff is onze man.

Intussen heeft het kabinet één thema waarmee het zichzelf een nieuwe reden van bestaan kan bezorgen: de hernieuwde poging van Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66) om tot een pensioenakkoord te komen.

Een akkoord met bonden en werkgevers om te voorkomen dat pensioenen eind dit jaar opnieuw worden gekort. Nadat Koolmees vorige week bij de PvdA werd opgevangen door een haag van camera’s, bezocht hij donderdag stilletjes GroenLinks.

De indruk bestaat dat zeker Asscher hem wil steunen. Feit is ook dat het kabinet, begrijp ik, een ongekende zak geld beschikbaar heeft: naast 6 miljard euro incidenteel geld wil Rutte III 3,5 á 4 miljard structureel uittrekken voor de vertraagde verhoging van de AOW-leeftijd.

Het illustreert dat Rutte III er alles aan gelegen is – maar er is weinig tijd, en onzeker blijft of de bonden, wier steun onmisbaar is, het aandurven.

En als dit mislukt, is wel de vraag of de coalitie genoeg spankracht overhoudt. Zo maakte het incident met vicepremier Schouten na 19 maart de tongen nogal los, ook omdat Schouten intern aanzien heeft: met Koolmees is zij de enige vakminister die meeonderhandelde in de formatie.

Opgelucht vertelden betrokkenen dan ook dat de minister en de landbouwwoordvoerders het incident woensdagavond hebben uitgepraat.

Tegelijk staat de kern van hun conflict nog recht overeind: maandag schreef Schouten de Kamer dat „onverminderd belangrijk is dat de melkveehouderij maatregelen neemt om de stikstofproductie terug te dringen”.

Dus het persoonlijke element was uit de tweespalt – maar het meningsverschil tussen VVD/CDA en D66/CU was er gewoon nog.

Hetzelfde meningsverschil – hoeveel betaalt het bedrijfsleven mee? – dat in essentie het hele klimaatbeleid bedreigt.

Source link