Eigenwijze snuiter met neus voor dino’s

Eigenwijze snuiter met neus voor dino’s
https://images.nrc.nl/BfefCy7YXLA-CU04zyC289DBiXU=/1200×627/smart/filters:no_upscale()/s3/static.nrc.nl/bvhw/files/2019/04/data43191373-5189aa.jpg

Misschien komt het door zijn onafscheidelijke hoed, of door de bajonet aan zijn riem. Misschien is het de naam die hij zijn opgravingslocatie gaf: Tanis, naar een legendarische Egyptische stad uit avonturenfilm Raiders of the Lost Ark. Het is hoe dan ook aanlokkelijk om paleontoloog Robert DePalma te vergelijken met filmheld-archeoloog Indiana Jones – zeker nu hij een uitzonderlijke opgraving heeft gedaan die dit weekend wereldnieuws was.


Lees ook: In spectaculair onderzoek naar hun uitsterven worden dino’s zelf niet genoemd

DePalma heeft als eerste directe sporen gevonden van de meteorietinslag in Mexico 66 miljoen jaar geleden, die er vermoedelijk voor zorgde dat de dinosauriërs uitstierven. Maar er klonk ook kritiek van collega’s: DePalma’s ontdekking werd 29 maart breed uitgemeten door journalist Douglas Preston in weekblad The New Yorker, drie dagen voor de wetenschappelijke publicatie in tijdschrift PNAS.

Die voortijdige aankondiging vond plaats zonder zijn medeweten, maar dat DePalma al in een vroeg stadium de media bij zijn werk betrok – Preston was sinds augustus 2013 op de hoogte – past bij de eigenzinnige 37-jarige paleontoloog. Collega’s die met hem samenwerkten in het veld prijzen zijn scherpe blik, maar noemen hem ook eigenwijs.

Meteorietinslag

Op de opgravingslocatie ontdekten DePalma en collega’s, onder wie de Nederlandse emeritus-hoogleraar Jan Smit, zowel sporen van de meteorietinslag als van dinosauriërs. De fossiele vissen die DePalma opgroef hadden microtektieten in hun kieuwen: glasdruppels, neergeregend nadat de meteoriet de aarde trof. De dinosporen bestonden uit pootafdrukken, veren en eieren en staan nog niet in het eerste PNAS-artikel vermeld, maar zorgen wel voor opwinding onder geologen. DePalma’s ontdekking kan een beslissend moment worden in een voortdurende discussie: legden de dino’s daadwerkelijk het loodje door die meteorietinslag? Daar lijkt het nu sterk op.

In de zomer van 2012 sloot DePalma, als paleontologie-promovendus aan de universiteit van Kansas, een deal met een veehouder in het zuidwesten van North Dakota. In de streek kwamen de aardlagen van de Hell Creek-formatie aan de oppervlakte, vermaard onder geologen vanwege de vele dinosaurusfossielen – ook de Tyrannosaurus rex uit het Leidse museum Naturalis komt hiervandaan.

Via via had DePalma gehoord van het stukje land in North Dakota, boordevol vissenfossielen, hutjemutje door elkaar. Niet veel later sloot hij een exclusieve langetermijnovereenkomst met de landeigenaar: geen andere paleontoloog zou nog toegang krijgen tot de plek.

Hell Creek doet zijn naam eer aan. In de zomer kan het ruim dertig graden zijn in de droge graslanden, en is een hoed noodzakelijk tegen de brandende zon. Bij windstil weer stikt het van de muggen; met de rook uit zijn pijp houdt DePalma ze op afstand. Iedere geoloog is alert op ratelslangen – hun gif werkt snel, en in de wijde omtrek is er geen ziekenhuis te bekennen. DePalma zelf heeft in de zijdeur van zijn fourwheeldrive – een Toyota 4Runner – een glazen pot met een ratelslang op sterk water. „Niet zelf gevonden”, schrijft hij per e-mail, „maar gekocht uit anatomische interesse. Ik vind het razend interessant om bij te leren over botstructuur en biochemische samenstelling”.

Bij het opgraven en schoonmaken van fossielen gebruikt DePalma voor het fijnere werk tandheelkundige apparatuur van zijn vader, een endodontoloog. De bajonet aan zijn riem was een cadeautje van zijn oudoom Anthony, vader van regisseur Brian DePalma én een beroemd orthopedisch chirurg. Toen de jonge Robert op zijn vierde in een museum een stukje dinosaurusbot kreeg, nam hij het mee naar zijn oudoom, die hem vertelde wat voor bot het was. „Vanaf dat moment had ik tijdens het avondeten vooral interesse voor de botten in het vlees”, vertelde hij aan The New Yorker-journalist Douglas Preston. En wanneer er huisdieren overleden, verklapten zijn ouders hem expres niet waar in de tuin ze begraven werden. Ze zetten de herdenkingstekens zelfs op een ándere plek om hem te misleiden – anders zou Robert de botten opgraven. Uiteraard vond hij ze toch.

DePalma per mail: „Die fascinatie met paleontologie voelt voor mij onvermijdelijk. Iedereen dagdroomt tegenwoordig over verre vakantiebestemmingen, maar juist de exotische plaatsen uit het verleden zijn fascinerend, omdat ze ons leren hoe de wereld werkt.”

‘Eigenwijze snuiter’

Op de middelbare school had Robert al honderden fossielen verzameld, die hij uitleende aan een museum. Dat ging in 2004 failliet, en DePalma raakte een groot deel van zijn jeugdcollectie kwijt. Tegenwoordig woont hij in een driekamerappartement vol dinosaurusafgietsels en fossielen, werkt hij als curator in The Palm Beach Museum of Natural History in Florida en krijgt hij af en toe geld toegestopt van zijn ouders – fossielen zoeken is een kostbare hobby. Zijn verzamelwoede is niet onomstreden; sommige paleontologen vinden dat fossielen geen privébezit zijn, maar thuishoren in musea.

Jan Smit omschrijft DePalma als einzelgänger. „De communicatie met mede-paleontologen verloopt vaak stroef, ze vinden hem een eigenwijze snuiter, maar zo ervaar ik hem helemaal niet.” In juni pakt DePalma zijn Toyota vol spullen en vertrekt dan voor drie maanden naar Hell Creek, onbereikbaar voor de buitenwereld. „Hij is breedsprakig, kan lastig iets kort samenvatten. Maar hij ziet alles. Hij doet me denken aan mezelf in mijn jonge jaren.”

Promovendus Pim Kaskes, die aan de Vrije Universiteit Brussel microtektieten van de Tanis-locatie onderzoekt, kent DePalma sinds 2017. „Toen ik aankwam op de camping bij het veldwerkgebied, trof ik Robert aan voor zijn tent uit 1900 – een eeuw geleden ging de universiteit van Kansas ermee op paleontologische expedities. Robert is toegewijd. Hij begraaft zelf dode dieren in zijn eigen achtertuin om de preservatie van zijn fossielen te verklaren. En alle keren dat ik met hem in zijn overvolle 4×4 naar de Tanis-site reed, draaide hij de openingstune van Jurassic Park. Met donkere onweerswolken boven ons voelde het echt alsof we naar die laatste dag van de dinosauriërs reden.”

Source link