Haal de rijkeluiskindjes uit het Koerdische zand

Haal de rijkeluiskindjes uit het Koerdische zand
https://images.nrc.nl/HRlhplypse1NHPcxyZVvo9MtvwA=/1200×627/smart/filters:no_upscale():format(jpeg):fill(f8f8f8,true)/s3/static.nrc.nl/bvhw/files/2019/01/hertzberger-rosanne-2-online-artikel.png

Op ongeveer tweederde ben ik gestopt met het lezen in Laura H., dat vuistdikke boek van Thomas Rueb over de bekeerlinge uit Zoetermeer die met echtgenoot Ibrahim en twee kinderen richting kalifaat vertrok. Ergens ga ik de moed hervinden om het einde te lezen, hoe ze uiteindelijk ontsnappen, Ibrahim gewond achterblijft en zij terugkeert naar Nederland.

Het zijn vooral de mishandelingen, of eigenlijk martelscenes, waarin Ibrahim haar urenlang achtereen in elkaar slaat, zelfs een geweer op haar hoofd zet en haar het dodengebed laat uitspreken. Die kon ik niet meer aan. In Nederland dreigde jeugdzorg de kinderen weg te nemen vanwege het geweld, terwijl ze natuurlijk die man hadden moeten wegnemen. De dreigende uithuisplaatsing is een van de redenen dat het gezin weg wilde. In het kalifaat pakken de ongelovigen je kinderen niet af. En in het kalifaat slaan mannen hun vrouw niet, beloofde hij. Daar leeft iedereen onder Allah.

De afgelopen weken verlieten tienduizenden het laatste overgebleven stukje kalifaat. Duizenden vrouwen zitten met hun kinderen in het stof van de Koerdische woestijn, Frans, Zweeds, Belgisch. De één is bang, de ander wil terug, de Belgische absoluut niet omdat haar land mee bombardeerde. Weer een ander verklaart vastberaden te zijn een nieuwe generatie mujaheddin te baren. Uit Laura H. weet ik dat er grote gevolgen (lees: afstraffingen) zijn voor vrouwen die niet loyaal genoeg blijken te zijn. Hoeveel van wat ze zeggen moet je serieus nemen? Hoeveel druk is er nog? Hoeveel vrijheid? Hoeveel strijdlust en dreiging?

Op de achtergrond klinkt bijna permanent het gehuil van baby’s. Ze sterven bij bosjes, uitgemergeld, ziek, onderkoeld. Er zitten zo’n 120 Nederlandse vrouwen en kinderen bij. En je kunt je zo een voorstelling maken van Laura H. die ertussen zit, met haar kindjes. Ik kan het niet helpen. Ik wil dat ze overleven, dat ze veilig terug naar Zoetermeer gaan. In het boek komt telkens de menselijkheid van Laura H. naar voren. Ze is een goede moeder en toch sleept ze haar kinderen mee naar het kalifaat, in volgepakte busjes, kruipend en sluipend door oorlogsgebied om in het beloofde land aan te komen. De kinderen raken gewond tijdens bombardementen, ze vermageren omdat er alleen maar instant noodles zijn, het oudste meisje is getuige wanneer haar moeder weer eens bijna wordt doodgeslagen. Want ook in het land van Allah houden de mishandelingen niet op. Natuurlijk niet.

Die IS-vrouwen zijn misdadigers en oorlogsslachtoffers tegelijkertijd. Wat moet je ermee? De meesten kozen zelf voor het extremisme. Sommige vrouwen stonden te juichen bij de aanslagen in Parijs en Londen, zij hoopten dat hun mannen en zelfs hun kinderen martelaar zouden worden. Laura H. natuurlijk net weer niet. Hoe geloofwaardig is haar verhaal eigenlijk?

Als ik de beelden bekijk van die fundamentalisten op die Koerdische zandvlakte, is mij één ding duidelijk. Nederland moet zijn mensen daar ophalen en berechten. Het zijn onze mensen. Zij, rijkeluiskindjes uit een vredig land, hebben daar met hun aanwezigheid in stilte bijgedragen aan een gruwelijke oorlog en onuitspreekbare misdaden tegen de menselijkheid gepleegd.

Nederland eist van andere landen dat zij hun ingezetenen terugnemen wanneer zij hier zijn uitgeprocedeerd. Nu zitten onze misdadigers en onze oorlogskinderen daar in het stof. Hoe wanstaltig hun extremisme ook, we moeten ze bestraffen naar Nederlandse maatstaven en ons ontfermen over de kinderen. Hier, thuis.

Maar hoe streng? Hoeveel kan je deze vrouwen kwalijk nemen? In Nederland zijn vrouwen autonome wezens die zelf beslissingen nemen en verantwoordelijkheid dragen voor hun beslissingen. En IS-vrouwen? Eenmaal daar, getrouwd met een IS-strijder waren ze bezit. Slaaf. Een kinderfabriek. Volledig wilsonbekwaam, ze konden letterlijk geen stap buiten de deur zetten zonder man. Je moet ze veroordelen voor hun keuze om zichzelf tot slaaf te maken.

Maar hoe misselijkmakend we hun gedrag en opvattingen ook vinden, daarna zouden we eigenlijk mild moeten zijn, als voor een kind, vanwege verminderde aansprakelijkheid en machteloosheid. We moeten ons richten op de mannen. Zij zijn de werkelijke misdadigers.

Rosanne Hertzberger is microbioloog.

Source link