Het leger brengt nog geen democratie

Het leger brengt nog geen democratie
https://images.nrc.nl/7VT_Z7VywaxVUsUKM7sC4LTjMxg=/1200×627/smart/filters:no_upscale()/s3/static.nrc.nl/images/gn4/stripped/data43618201-6e8d56.jpg

Duizenden en nog eens duizenden betogers persen zich, luid zingend, klappend en dansend, door de nauwe straten van het centrum van Algiers. „Dit is ons land, wij doen wat we willen”, zingt een groep jongeren, hun gezang echoënd tussen de hoge witte huizen die nog uit de Franse koloniale tijd stammen. Nog maar een paar maanden geleden was zo’n demonstratie in het al sinds 1962 autoritair bestuurde Algerije ondenkbaar.

Het is de achtste achtereenvolgende vrijdag dat er massaal wordt betoogd. Op een tamelijk chaotische maar vreedzame manier trekken jongeren, ouderen, gezinnen en zelfs mensen op krukken door de straten van de hoofdstad om hun hunkering naar een democratisch bewind te uiten. Er heerst een euforische stemming, zoals na een succes van het nationale voetbalteam. Tegelijk beseffen mensen dat het om veel meer gaat: een omslagpunt in de geschiedenis van hun land.

„Het is prachtig te zien hoe eendrachtig iedereen hier betoogt”, zegt een jonge vrouw met een hoofddoek genietend. Ze is docent exacte wetenschappen en is met collega’s gekomen om samen te betogen. Haar naam wil ze niet geven. Ze houdt een vlaggetje omhoog met de tekst ‘One, two, three, viva Algérie’. „De tijd is gekomen om de fakkel aan een jongere generatie door te geven, zoals dat altijd na een paar decennia moet gebeuren.”

Volkswil

In dat opzicht is de situatie in Algerije identiek aan die in Soedan, waar president Omar el-Bashir (75) donderdag na een repressief bewind van ruim dertig jaar het veld moest ruimen. Net als de vorige week opgestapte Algerijnse president Bouteflika (82) genoot Bashir na wekenlange demonstraties van boze burgers niet langer de steun van de machtige strijdkrachten. De generaals vreesden dat hun eigen geprivilegieerde positie in gevaar kon komen als ze de volkswil nog langer trotseerden.


Lees ook over de staatsgreep in Soedan: ‘De man die nu komt, is nog erger

„Net als in Soedan willen wij in Algerije af van corruptie, nepotisme en de bevoordeling van sommige regio’s in het land waar de kaste van de machthebbers vandaan komt. En ook daar hebben ze een hoge werkloosheid, speciaal onder jongeren, terwijl die jongeren het merendeel van de bevolking uitmaken”, zegt een man die voor een internationaal bedrijf werkt. . Ook hij wil zijn identiteit niet prijsgeven. De angst voor de machthebbers neemt af maar de meeste Algerijnen blijven liever anoniem. . „We willen een vrije, moderne, democratische samenleving”, roept een man. „We willen een rechtsstaat”, roept een ander. „Al die machthebbers zijn dieven”, roept weer een ander. „We moeten oppassen, het oude regime probeert zichzelf te recyclen”, waarschuwt een man in een vaal oranje shirt.

Hoe verschillend de betogers ook zijn, over één ding zijn ze het hartgrondig eens. Het oude systeem, vaak omschreven als ‘Le Pouvoir’ en belichaamd door de verlamde president Bouteflika en de clan om hem heen, moet helemaal weg. Of dat lukt hangt mede af van de strijdkrachten, vanouds een cruciale speler in de Algerijnse politiek. Maar de machtige legerchef Ahmed Gaïd Salah (79), die Bouteflika na een langdurige samenwerking liet vallen, lijkt te willen werken op basis van de oude constitutie. Op grond daarvan is een interim-president aangesteld, Abdelkader Bensalah (77), die de scepter zal zwaaien tot nieuwe presidentsverkiezingen op 4 juli.

Maar net als generaal Salah is het nieuwe staatshoofd een vertrouweling van Bouteflika en de betogers hebben geen vertrouwen in hem en willen verkiezingen onder leiding van de oude garde boycotten. Sommigen dragen borden met de tekst: „Gaïd Salah, wegwezen”, wat hen niet lang geleden beslist in de cel had doen belanden. „Ik wil een president van veertig jaar. In Canada en in Oostenrijk hebben ze jonge leiders, waarom kan dat niet bij ons”, vraagt Hamid Brahimi, een accountant. ,

Ontmanteling niet zo eenvoudig

In Soedan zijn de burgers die Bashir ten val brachten eveneens van het leger afhankelijk. De Soedanese strijdkrachten maakten vrijdag bekend dat Bashir berecht zal worden en niet zal worden uitgeleverd aan he Internationaal Strafhof in Den Haag. Ze zeiden ook dat er binnen twee jaar verkiezingen zullen worden gehouden. Een wel erg ruime termijn die meteen tot gefronste wenkbrauwen bij de oppositie leidde.

In Algerije noch Soedan lijkt het besef bij de bevolking doorgedrongen dat de volledige ontmanteling van het oude, gehate bewind nog niet zo eenvoudig is. De zittende autoriteiten laten zich niet zomaar verdrijven. Ook niet op straat. Op de steile trappen, die in het heuvelachtige Algiers straten met elkaar verbinden, kwam het tot stevige opstootjes en schoot de politie met traangas.

„Je ziet het vaker bij zulke transities”, zegt een diplomatieke waarnemer in Algiers. „De mensen van de zittende macht hebben geen zin om de rest van hun leven achter tralies te zitten wegens machtsmisbruik en proberen de regie zoveel mogelijk in handen te houden. Dat zag je onlangs ook in Congo.” In Soedan is het eveneens een waarschijnlijk scenario.

Een handicap voor de betogers in Algerije is dat er nog geen geloofwaardige oppositiepartijen klaar staan. Reden tot grote zorg vinden de meeste betogers dat niet: „Er zijn meer dan genoeg goed opgeleide jongere Algerijnen die het land kunnen besturen”, roept de 65-jarige Fafache, een gepensioneerde computerdeskundige. „Mijn zoon was twee jaar werkloos en is naar Canada gegaan. Ik ga hem vragen terug te komen. Het is tijd voor een radicale vernieuwing.”

Source link