Het ongelijk van Peter R. de Vries

Het ongelijk van Peter R. de Vries
https://images.nrc.nl/QUO0KrxfmDbmXMAfFN6lm7qUejU=/1200×627/smart/filters:no_upscale()/s3/static.nrc.nl/bvhw/files/2019/04/plaatjezap-150419.jpg

Het grijpt Peter R. de Vries nog steeds aan als hij het moment terughaalt, zegt hij. Op een zaterdag in juni vorig jaar was hij twee uur weggeweest op de racefiets. Zijn mobiele telefoon zat in de zak van zijn wielershirt. Extra verpakt in een washandje om het apparaat te beschermen tegen het zweet van de misdaadverslaggever. Eenmaal ontbloot meldde de smartphone twintig gemiste oproepen, waaruit De Vries maar één ding kon afleiden: er was eindelijk een doorbraak in de zaak Nicky Verstappen.

De anekdote zat zondag in een uitzending van Medialogica (HUMAN/VPRO) over de zoektocht naar de dader van de moord op de 11-jarige jongen, twintig jaar geleden op de Brunssummerheide – en dan vooral over de relatie tussen media en politie. Zo kwam langs hoe een journalist met valse beschuldigingen een dorp ontwrichtte, maar ook hoe de politie de lokale omroep en krant eerst aan het lijntje hield en vervolgens keihard voorloog.

Er waren mooie archiefbeelden waarop Peter R. de Vries door het dorpje Heibloem liep omdat ‘alles erop wees’ dat de moordenaar van Nicky Verstappen een dorpeling moest zijn, een van de begeleiders van het jeugdkamp waaruit het kind spoorloos was verdwenen. We zagen hem mensen aanspreken over oude zedenzaken. Hij huurde een helikopter om hoog in de lucht te zeggen dat ergens onder hem waarschijnlijk een moordenaar liep – en dat niemand iets deed.

Allemaal flauwekul, weten we nu. Verdachte Jos B. was toevallig in de buurt. Maar oud ongelijk bekennen blijkt geen talent van De Vries. Spijt heeft hij niet. „Dat was toen de stand van zaken.” Liever heeft hij het over de grote inspanningen die hij deed om de zaak niet onderop een stapel te laten belanden. Met succes. Namens de familie Verstappen zette hij de politie onder druk om een groot DNA-verwantschapsonderzoek te doen.

Om dat onderzoek te laten slagen, werd de lokale pers ingeschakeld. Die moest het onderzoek maximale positieve publiciteit geven, in ruil voor extra informatie. Daartoe werd een ‘mediacontract’ opgesteld. Zowel dagblad De Limburger als omroep L1 kijken daar nu vol frustratie op terug. De extraatjes kwamen niet. Wel kregen de journalisten vier dagen ná de DNA-match te horen dat de zaak muurvast zat en dat er nog 3000 mannen voor onderzoek zouden worden opgeroepen. Dat was een leugen, bedoeld om de spoorloze verdachte op een dwaalspoor te zetten. Krant en omroep voelen zich misbruikt – je kunt je er iets bij voorstellen.

Zo toonde Medialogica hoe uitgekiend het plan was om zo veel mogelijk burgers, óók via de media, ertoe te stimuleren wangslijm met hun DNA af te staan. Het is immers niet eenvoudig om de moderne burger aan te zetten tot wenselijk gedrag.

Op een andere manier ging het daar later zondag ook in Nieuwsuur over, dat een reportage had over het verplicht stellen van vaccinaties voor kinderen in de kinderopvang in de Duitse deelstaat Brandenburg en in New York.

Opmerkelijk was dat de redenen waarom minder Nederlandse ouders hun kinderen laten inenten niet genoemd werden. De interesse van de media lijkt verschoven. De twijfelachtige fascinatie voor de apekool van de antivaxers heeft plaatsgemaakt voor verslaggeving over risico’s voor de volksgezondheid. Jinek had vorige week ook al een item over het gevaar van een te lage vaccinatiegraad.

Voelen redacties hier plotseling het gewicht van hun maatschappelijke verantwoordelijkheid, is het ministerie een stille campagne begonnen of is het gewoon toeval? Ik verheug me nu al op de aflevering die Medialogica er over een paar jaar aan kan wijden.

Source link