IMF: economie danst op het slappe koord

IMF: economie danst op het slappe koord
https://images.nrc.nl/N5bjXDY47bctSuPzB3HVZMi3q-g=/1200×627/smart/filters:no_upscale()/s3/static.nrc.nl/bvhw/files/2019/04/usa-imf-world-bank-spring-meetings24756420.jpg

Zijn we bezig met een gesynchroniseerde neergang in de wereldeconomie? Dat was een van de belangrijke vragen tijdens de voorjaarsvergadering van het Internationaal Monetair Fonds afgelopen weekeinde in de Amerikaanse hoofdstad Washington. Zo’n gelijktijdige laagconjunctuur in alle delen van de wereld is riskant. „We zien het risico dat de zwakte van de ene economie die van de andere gaat voeden”, zei Taro Aso, de minister van Financiën van Japan. Dat land is dit jaar voorzitter van de G20, de groep van de belangrijkste landen voor de wereldeconomie.

Het IMF repte dinsdag, bij de presentatie van de vooruitzichten voor de wereldeconomie, van een ‘precaire fase’. De verwachte groei werd voor vrijwel de gehele wereldeconomie neerwaarts bijgesteld. Maar de zwakte die zich in de tweede helft van vorig jaar voordeed, hoeft nog niet te leiden tot een recessie in 2019. Veel recente cijfers over de industriële productie, consumentenbestedingen en werkgelegenheid zijn hoopgevend. Wellicht herstelt de economie in het Westen én in China zich in de loop van dit jaar weer.

Riskant

Verstoringen zijn in deze kwetsbare fase extra riskant. IMF-directeur Christine Lagarde riep donderdag landen op om in ieder geval ‘geen kwaad te doen’. „Het is belangrijk om fout beleid te vermijden”, zei ze. „We weten dat vele decennia lang integratie door handel de productiviteit heeft verhoogd, innovatie, werkgelegenheid en groei heeft bevorderd en de kosten van het levensonderhoud heeft verminderd.” Met name voor mensen met lage inkomens, voegde zij daaraan toe.

Dat zal mensen met lage inkomens in veel westerse landen bevreemden. De klacht is daar juist dat hun inkomen helemaal geen gelijke tred heeft gehouden met de economische groei of met de productiviteitsstijging. Het is een van de redenen voor de gegroeide argwaan tegen globalisering en vrijhandel.

Maar de tijden zijn veranderd. Het IMF kijkt naar de gehele wereldeconomie, en in de jaren tachtig wás het Westen de wereldeconomie. Van het wereldwijde bruto binnenlands product kwam dertig jaar geleden 82 procent voor rekening van de gevestigde industrielanden. Het percentage is inmiddels gedaald tot onder de 60. En als koopkrachtverschillen in aanmerking worden genomen is het Westerse aandeel nog maar 40 procent.

Sneer van Lagarde

Het IMF kijkt dan ook niet langer louter naar de lotgevallen van haar oude, gevestigde leden, maar ook naar de opkomende wereld. Naar China, India, Afrika of Latijns-Amerika. En dan vallen de opmerkingen van Lagarde beter op hun plaats. In een nauw verhulde sneer naar de regering-Trump waarschuwde de IMF-directeur voor ‘zelfverwonding, inclusief tarieven en andere handelsbarrières’. Vorige week maandag kondigde de regering-Trump invoertarieven aan ter waarde van 10 miljard euro op Europese producten, als vergelding voor steun die de EU aan vliegtuigbouwer Airbus zou hebben gegeven. Vier dagen later sloeg de EU terug met dreigende tarieven op 20 miljard euro aan Amerikaanse invoer. De verlenging van de deadline voor de Britse uittreding uit de EU tot 31 oktober, die Europese leiders tijdens hun jongste top overeenkwamen, betekent een half jaar langer onzekerheid in de Europese economie.

En intussen sleept het handelsconflict tussen China en de VS zich voort. Changyong Rhee, directeur van de Azië-afdeling van het IMF, zei vrijdag dat het kennelijke optimisme op de beurzen over een goede afloop van dat conflict kan betekenen dat er een scherpe marktreactie komt als de gesprekken tussen de VS en China alsnog mislukken.

Steven Mnuchin, de Amerikaanse minister van Financiën, liet overigens weten dat de twee landen het grotendeels eens zijn over de controle op het nakomen van een eventuele handelsdeal, inclusief de oprichting van speciale instellingen die dat voor hun rekening nemen.

Munitie

Bij een eventuele economische neergang is er weinig munitie over voor de centrale banken om die tegen te gaan. Met name in de eurozone, waar de Europese Centrale Bank al een nulrente hanteert en nog maar net is gestopt met zijn aankoopprogramma van staatsleningen en andere leningen. Het IMF, dat een Duitse economische groei verwacht van slechts 0,8 procent in 2019, adviseerde Berlijn om de begrotingsteugels te laten vieren. Duitsland heeft, net als Nederland een overschot op de begroting. Via een stimulering zou de binnenlands vraag in Duitsland worden aangejaagd, hetgeen ook het enorme betalingbalansoverschot van Duitsland zou kunnen doen verminderen. Dit geldt overigens evengoed voor Nederland, dat een record-overschot van 10 procent op de betalingsbalans heeft, maar zich vaak voor kritiek weet te verschuilen in de luwte van zijn grote buurland.


Lees ook de oproep van het IMF om de economie meer te stimuleren

Waren er lichtpuntjes? Wel in de vorm van betere economische cijfers die hier en daar binnendruppelen. Er was zelfs een multilateraal meevallertje. Mnuchin liet weten dat de VS weliswaar niet achter structurele kapitaalsverhogingen voor het IMF staan, te meer omdat die gepaard kunnen gaan met veranderingen in het stemrecht van landen binnen het IMF. Maar de VS zouden wel bereid zijn tot een gedeeltelijke uitbreiding zonder dat de verhoudingen worden aangetast. Het IMF heeft volgens een arrangement uit 2009 zo’n 1.000 miljard dollar aan leencapaciteit voor landen die in de problemen raken, maar een groot deel van die afspraken loopt in 2022 af. Elke vorm van munitie tegen een nieuwe crisis is in deze tijden meer dan welkom.

Source link