In de volgwagen puft vader Adrie van der Poel de spanning uit zijn lijf

In de volgwagen puft vader Adrie van der Poel de spanning uit zijn lijf
https://images.nrc.nl/yId_rONuQ6zkEjL5T08N5mPa05c=/1200×627/smart/filters:no_upscale()/s3/static.nrc.nl/images/gn4/stripped/data43416976-626afa.jpg

Ineens wordt het doodstil in de grijze Toyota-stationwagen. Net was daar nog met anekdotes gestrooid over kotsen tijdens een vervlogen editie van de Amstel Gold Race, waar een selfie met nieuwsgierige omstanders geen enkel probleem was, waar de beentjes door het raam naar buiten konden en waar in alle rust een appeltje werd gegeten in afwachting van een koers die langzaam maar zeker in intensiteit toenam. Alles was nog mogelijk. Op de iPad die met een vacuümsysteem op de voorruit zit geplakt is duidelijk te zien dat een renner met het rood-wit-blauwe tricot van de Nederlands kampioen over zijn stuur duikt en hard tegen het asfalt klapt.

Barst in het carbonwiel bij een sprong over een stoepje, en bij een putje even verderop breekt het ding in tweeën. Nederlands hoop op een zege in de Ronde van Vlaanderen kijkt verdwaasd om zich heen.

Hij probeert bij zijn positieven te komen en grijpt tegelijkertijd met zijn linkerarm naar zijn rechterschouder. Wielerkenners weten dan meestal genoeg. „Sleutelbeen”, klinkt het staccato vanachter het stuur. „Koers is gedaan.”

Uitgeschakeld

Adrie van der Poel laat er geen twijfel over bestaan. Zijn zoon Mathieu is uitgeschakeld. Geen renner die in deze fase van de grootste eendagskoers ter wereld nog terug kan keren na een valpartij, zelfs zijn zoon niet. Hij heeft hem al vaak verbaasd zei hij eerder deze zondag, de voorbije weken nog, bijvoorbeeld toen hij op 20 maart tijdens Nokere Koerse een doodsmak maakte en vier dagen later – nog altijd onder de schaafwonden – een heel peloton op achterstand reed in de GP Denain, over Noord-Franse kasseien. „Een groot nummer.” Maar nu nog meestrijden om de overwinning? Neen. Dat is te gortig.

Naast Adrie in de bijrijdersstoel schudt teamdokter Guy De Schutter het hoofd. Zijn kopman valt precies op het moment dat de Ronde de ontknoping nadert, vlak voor de beklimming van de Oude Kwaremont, helling nummer tien, na 214 kilometer. Hierna volgen er nog zeven. Ongelukkiger kan niet.

Dan begint het beeld op de iPad te haperen. In een boerenveld tussen de Oost-Vlaamse dorpen Etikhove en Kerkem blijft ‘assistentiewagen grijs’ – in de koers om voor voedsel en reservewielen te zorgen – in vertwijfeling achter.

Terwijl dokter De Schutter het beeld ververst en op zijn smartphone naar nieuws zoekt, bladert Adrie door zijn Twitterfeed en langs Whatsapp-groepen. Buiten de wagen drommen wielerfans samen. Ze hebben door dat er iets mis is met de zoon van.

Weer op zijn fiets

Met schokkerige beelden sijpelt ook de hoop terug de wagen in. Mathieu zit weer op zijn fiets. „Kijk, het valt stil”, roept pa richting dashboard. „Misschien kan hij op het vlakke nog wat proberen.” En dan met realiteitszin: „Maar die inspanningen zal hij wel moeten bekopen.”

De koers gaat door, ook als de topfavoriet tegen het asfalt gaat. Adrie heeft nog meer renners te verzorgen. Hij loopt naar de kofferbak van de grijze Toyota en begint bidons met sportdrank klaar te maken. Om elke fles gaat een elastiekje met een gel vol koolhydraten en suikers, als laatste kick voor de finale.

Via allerhande onlinekanalen wordt duidelijk dat Mathieu van der Poel maar weer eens laat zien dat hij geen gewone wielrenner is. Op de loeisteile Koppenberg begint hij aan een opmars en rijdt hij zich met een zwartgeblakerd gezicht door het opstuivende kasseienstof langs 150 wereldtoppers terug naar de kop van de wedstrijd. In de grijze Toyota puft Adrie de spanning uit zijn lijf. „Nu moet hij eten en drinken”, mompelt hij, terwijl hij een stoffen tas met bidons om zijn schouders slaat en richting Poesthemstraat loopt, waar het peloton over een paar minuten langs zal jagen.

Honderdvijftig meter na een bocht positioneert hij zich aan de rechterkant van de weg, en gaat hij in spreidstand staan. Hij spuugt op het asfalt, tuurt met een hand boven zijn ogen tegen het felle zonlicht door de heiige velden, op zoek naar een glimp van zijn zoon. Twee reservewielen zet hij tegen een hek van prikkeldraad. Als het geluid van helikopters aanzwelt, graait hij in zijn tasje en steekt hij achter het elastiek van één van de bidons een extra gelletje. Als zijn zoon in een groep van vijftien eliterenners in volle vaart langskomt, mag hij niet falen. Deze bidon missen en een hongerklop ligt voor de hand.

Adrie richt zich op, steekt de bidon hoog in de lucht, en als Mathieu het ziet, stuurt hij met een grimas op zijn gezicht naar rechts en hebben de twee eentiende van een seconde contact – tak. „Eten en drinken nou, hè”, schreeuwt Adrie nog. Als hij de Vlaamse renner Gianni Vermeersch ook een bidon heeft toegestoken draait hij zich om, en grijnst hij trots zijn tanden bloot: „Die anderhalve minuut heeft hij maar mooi dicht gereden.”

Mathieu van der Poel op de Kapelmuur.
Foto BAS CZERWINSKI/ANP

Terug in de wagen en onderweg naar de finish in Oudenaarde zegt Adrie van der Poel dat hij zijn zoon nooit heeft afgeschreven. „Wel voor de overwinning”, geeft hij toe. Maar zelfs pa weet niet waar de grenzen van zijn fabelachtige zoon liggen. Op de laatste helling van de dag, de Paterberg, rijdt Mathieu iedereen voorbij in een poging de Italiaanse koploper Alberto Bettiol te achterhalen. „Volle bak nou”, klinkt het in de wagen. Bij een kruispunt waar je eigenlijk helemaal niet stil kunt staan, trapt Adrie de rem in en begint hij de ploegleiding van Corendon Circus te appen. Achter hem het getoeter van andere weggebruikers. ‘Laat hem zuinig doen’, stuurt hij. ‘En met het koppie rijden.’

Bettiol, 25 jaar en relatief onbekend, is op de laatste vlakke wegen richting Oudenaarde aan de tijdrit van zijn leven bezig, maar Adrie heeft vooral oog voor de beenfrequentie van zijn zoon. „Hij draait nog, dan is hij goed.” Als de koploper onder de boog van de laatste vijf kilometer rijdt, weet hij dat Mathieu de Ronde van Vlaanderen niet gaat winnen, niet dit jaar tenminste. „Als Matje niet gevallen was…”, begint hij. „Misschien had hij dan wel mee gekund. Maar ja, de Ronde steel je niet.”

Van der Poel op de Oude Kwaremont.
Foto BELGA

Effe een pintje drinken

De Italiaan wint, gevolgd door de Deen Kasper Asgreen. De groep daarachter gaat sprinten voor het podium, en Mathieu van der Poel doet gewoon mee. Hij slingert, rukt aan zijn stuur, kan van ellende niet meer op zijn trappers staan en wordt vierde. „VIERDE!”, foetert Adrie, inmiddels aangekomen op het plein waar de teambussen staan opgesteld. Hij zet zijn leesbril af, strijkt met zijn handen door zijn haar en opent met een ruk het portier. „Nou ga ik effe een pintje drinken hoor.” Een vader is in een uur van vrees via hoop naar teleurstelling geslingerd en wil graag even alleen zijn.

Na vijf minuten staat hij de pers alweer te woord. Over Mathieu zegt Adrie dat hij alle kwaliteiten in zich heeft om ooit een klassieker te winnen. Hij spreekt van „een gigantisch herstelvermogen” en „een hele grote inhoud”. Hij zegt te balen, maar is tegelijkertijd „supertrots”. Tegen Engelse verslaggevers zegt hij „something special” te hebben gezien. Zo hoor je Adrie van der Poel eigenlijk nooit.

Het geeft maar aan wat Mathieu tijdens zijn debuut in de hoogmis van de wielersport allemaal heeft laten zien.

Source link