Kwart van 18- tot 25-jarigen lijdt aan overgewicht

Kwart van 18- tot 25-jarigen lijdt aan overgewicht
https://images.nrc.nl/Xd01Pg_FF_Z0V7x59XvFQTwIEpA=/1200×627/smart/filters:no_upscale()/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2019/04/web-1004binzwaarjpg.jpg

Bijna 16 procent van de kinderen en jongeren tussen de 2 en 25 jaar was in 2018 te zwaar. Van de jongvolwassenen tussen de 18 en 25 jaar was dat zelfs bijna 25 procent, zo blijkt uit woensdag gepubliceerde cijfers van de Jeugdmonitor van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Het percentage jongens en meisjes met overgewicht is nagenoeg even groot.

Volgens wetenschappelijke normen is een BMI (body mass index) tussen de 18,5 en 25 een gezond gewicht. 12,8 procent van de 2 tot 25-jarigen had vorig jaar een BMI van tussen de 25 en 30, wat staat voor matig overgewicht. Van deze groep had 3 procent een BMI van 30 of meer en lijdt aan ernstig overgewicht.

De afgelopen acht jaar schommelen de percentages van kinderen en jongeren met overgewicht tussen de 14 en 16 procent. Op langere termijn, sinds de jaren negentig, zien we bij deze groep geen grote veranderingen, zegt Matthijs van den Berg, hoofd van het centrum Voeding, Preventie & Zorg van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). “Dit kan het gevolg zijn van de groeiende aandacht in de afgelopen jaren voor overgewicht.”

“Maatregelen en preventie, veelal op kinderdagverblijven en scholen, richten zich vaak op jonge kinderen, en dat is dan ook de groep waar je nu een lichte afname ziet”, aldus Van den Berg. Volgens het CBS is de stijging onder jongvolwassenen mogelijk te verklaren doordat veel van hen het huis uitgaan. “Vanaf die leeftijd zien we dat er minder gezonde keuzes worden gemaakt, waardoor het gewicht toeneemt.”

De Jeugdmonitor, waarvoor Nederlandse jongeren jaarlijks worden bevraagd over onder meer hun levensstijl, werk en gezondheid, vroeg jongeren de afgelopen drie jaar ook wat ze vonden van hun gewicht. Van de jongvolwassenen met overgewicht zei 29 procent daar ontevreden mee te zijn.

Migratieachtergrond

Kinderen en jongeren met een niet-westerse migratieachtergrond kampen vaker met overgewicht (25,1 procent) dan kinderen en jongeren met een Nederlandse of westerse migratieachtergrond (13,8 en 13,9 procent).

Het RIVM laat weten geen onderzoek te hebben gedaan naar waar deze verschillen vandaan komen. “Wel zien we een sterk verband tussen opleidingsniveau of sociaal-economische status, en overgewicht. Waarschijnlijk gaat het om een combinatie van factoren zoals ongezondere eetpatronen en minder bewegen”, aldus het RIVM.

Source link