Malle innovaties in het onderwijs, juich ze toe

Malle innovaties in het onderwijs, juich ze toe
https://images.nrc.nl/HRlhplypse1NHPcxyZVvo9MtvwA=/1200×627/smart/filters:no_upscale():format(jpeg):fill(f8f8f8,true)/s3/static.nrc.nl/bvhw/files/2019/01/hertzberger-rosanne-2-online-artikel.png

Het is niet eenvoudig om een school te zoeken voor je kind. In Rotterdam kunnen we kiezen uit een vrije school, jenaplanschool, montessorischool, daltononderwijs, tweetalig of tientalig (‘gemengd’). Misschien zou een van die scholen wel perfect passen bij de superunieke persoonlijkheid en het temperament van onze oudste – weet ik veel, hij is drie – maar ik ben te conservatief voor onderwijsfratsen. Doe maar gewoon.

Doe maar gewoon lijkt ook een beetje de ondertoon van het nieuwste rapport van de Onderwijsinspectie. Die beklaagt zich over alle malle onderwijsinnovaties in dit land. Het technasium, ‘Topsport Talentscholen’, ‘Havisten competent’, ons onderwijs kent geen gebrek aan creativiteit. De inspecteur-generaal beklaagt zich over de versnippering en het slechte zicht op de resultaten. Hoe kan je in vredesnaam de kwaliteit controleren als iedereen er maar lustig op los innoveert?


Lees ook: Elke school heeft nu zijn eigen concept

Bij sommige scholen hoef je je daar geen zorgen over te maken. Neem bijvoorbeeld de antroposofische vrije school, geïnspireerd door Rudolf Steiner. Die produceerde naast een heleboel antisemitisch, racistisch en antivaccinatiegedachtegoed ook nog eens een bibliotheek aan lariekoek over kinderontwikkeling waar nog steeds een stevig aantal vrije scholen hun onderwijs op baseert. Desondanks leveren die scholen over het algemeen bovengemiddeld presterende leerlingen af. Zo zie je maar. Als je met jouw onderwijsconcept maar genoeg appelleert aan de wensen van ultrahoogopgeleide ouders, en ook in tijden van schaarste nog steeds gemotiveerde docenten weet aan te trekken, dan kan je als school je kinderen tot hun twaalfde voltijds laten vingerhaken en volksdansen en gaan ze daarna toch allemaal naar het gymnasium.

Een van de belangrijkste klachten over innovatie in het inspectierapport is het gebrek aan kwaliteitscontroles. Door die duizendeneen onderwijsinnovaties is er geen goed zicht op de uitkomsten. Tussen de regels door lees je een bepaald verlangen naar iets meetbaars, iets waar je statistiek op kan loslaten. Dat kun je natuurlijk verwachten: het zijn inspecteurs. Maar het rapport schetst wel een verontrustend beeld over bijvoorbeeld de vijf verschillende eindtoetsen die door scholen worden gebruikt. Hoe het met de lees- en rekenvaardigheid gesteld is op de verschillende scholen, is daardoor niet zo makkelijk te zeggen.

Maar bekijk het vanuit de docent en je ziet iets anders. Want dat verlangen naar kwaliteitsborging van de inspectie betekent ook een heleboel formuliertjes en leerlingvolgsystemen en datasets die in uniform format moeten worden aangeleverd. Als iets het leraarschap onaantrekkelijk maakt en de werkdruk verhoogt is het wel dit soort administratie. En als iets de kwaliteit momenteel bedreigt is het wel het lerarentekort. De inspectie draagt een paar oplossingen aan voor dat probleem: meer vaste contracten, betere opleidingsmogelijkheden, flexibele werktijden, maar ook: ruimte voor innovatie en creativiteit. Je kunt nog zulke grote vraagtekens zetten bij onderwijsvernieuwingen maar één ding levert het wel op. Een boel bevlogenheid en enthousiasme. Van die knullige positiviteit.


Lees ook dit opiniestuk: Nieuw: ouderwets onderwijs

Echt, ik zou hier dolgraag schrijven dat iedereen zich gewoon rationeel moet gedragen, scholen niet feitenvrij moeten innoveren, maar gewoon gehoorzamen aan wat de wetenschap voorschrijft als beste onderwijsvorm. En toch zou dat een ramp zijn voor de scholen. Wetenschappelijk verantwoord onderwijs is bijna per definitie top-down, oersaai, en biedt weinig ruimte voor al dat onverantwoorde irrationele initiatief van schoolleiding en docenten. Het lijkt me funest voor de motivatie en de bezieling.

Leerkrachten kiezen niet voor hun vak vanwege de arbeidsvoorwaarden of de doorgroeimogelijkheden. Veel docenten kiezen voor het vak omdat ze geloven in wat ze doen, omdat ze overtuigd zijn van het onderwijs dat ze geven. En misschien betekent dat dat ze de nonsens-ontwikkelingspsychologie van Steiner wel degelijk inspirerend vinden. Het is niets voor mij, maar ik gun het onderwijs, tot op zekere hoogte, hun feitenvrije concepten. Als ze niet vergeten de kinderen te leren lezen en schrijven, innoveren ze er maar op los.

Rosanne Hertzberger is microbioloog.

Source link