Meer honden en katten gebruikt voor dierproeven

Meer honden en katten gebruikt voor dierproeven
https://images.nrc.nl/lCvS9ZBEtvMBxw2OlUwH7OxbpsQ=/1200×627/smart/filters:no_upscale()/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2019/04/web-1004wetdier3jpg.jpg

In een jaar tijd is het aantal honden en katten dat wordt ingezet bij dierproeven met bijna vijftig procent toegenomen. Dat blijkt uit de nieuwste cijfers van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). In 2016 waren 656 honden en 89 katten onderdeel van een medisch experiment, in 2017 werden 909 honden en 200 katten gebruikt.

De helft van de honden die meededen stierf in 2017 tijdens of na het experiment. Een op de drie katten overleefde de proeven niet. Het totaal aantal geregistreerde dierproeven steeg in 2017 met bijna achttien procent ten opzichte van een jaar eerder. In 2017 werden 530.568 dierproeven geregistreerd, in 2016 waren dat er ruim 80.000 minder.

Charles River

Eind 2017 waren tachtig instellingen in het bezit van een vergunning voor dierproeven, blijkt uit het jaaroverzicht van de NVWA. De autoriteit verleende namens de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit in 2017 aan zeven instanties een nieuwe vergunning voor dierproeven, van acht instellingen werd de vergunning juist ingetrokken.

Commercieel proefdiercentrum Charles River voert de meeste experimenten met honden en katten uit. Het laboratorium in Den Bosch ontving in 2017 nog ruim 2.600 honden en 750 katten waarmee het vijf jaar lang mag experimenteren. Het kabinet zegt het aantal dierproeven terug te willen dringen, maar in 2017 en 2018 zijn voor bijna vijfduizend honden en ruim tweeduizend katten langlopende proefdiervergunningen afgegeven.

Muizen worden het vaakst ingezet bij dierproeven. Ook zebravissen zijn in trek, dat aantal nam toe van 15.804 in 2016 naar 52.024 in 2017.

Source link