Meer oproepkrachten, minder tevredenheid – NRC

Meer oproepkrachten, minder tevredenheid – NRC
https://images.nrc.nl/Re8fdWbBbIbXTMEbXxL7Ka5uHBc=/1200×627/smart/filters:no_upscale()/s3/static.nrc.nl/images/gn4/stripped/data43450161-f8454b.jpg

Nederland telt steeds méér oproepkrachten, die steeds minder tevreden zijn over hun werk. Dat blijkt uit een rapport van onderzoeksinstituut TNO, dat maandag verscheen. Het aantal oproepkrachten verdubbelde in de periode tussen 2005 en 2017. Ondertussen nam tevredenheid over arbeidsomstandigheden en werkzekerheid onder deze groep af.

TNO maakt in het rapport een duidelijk onderscheid tussen oproepkrachten en uitzendkrachten. Die laatste groep is in dienst bij een uitzendbureau, maar niet bij het bedrijf waarvoor ze werken. Oproepkrachten zijn vaak wél in dienst bij het bedrijf waarvoor ze werken, maar dan op basis van een nulurencontract. Vooral in de sectoren handel, horeca, zorg en onderwijs werken veel mensen op oproepbasis. Zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) werden niet meegenomen in het onderzoek.

Het aantal uitzendkrachten bleef in de afgelopen tien jaar min of meer gelijk, terwijl de groep oproepkrachten sterk toenam. Werkten er in 2005 nog 292.000 mensen op oproepbasis, in 2017 waren dat er al 546.000.

In de tussentijd daalde de algemene werktevredenheid van deze groep hard: in 2007 gaf 81 procent nog aan tevreden met zijn of haar werk te zijn, in 2017 was dat 73 procent. Van de uitzendkrachten geeft slechts 64 procent aan tevreden te zijn, al veranderde daarin ten opzichte van 2017 niets. Ter vergelijking: 77 procent van de vaste werknemers is tevreden met zijn of haar werk.

Hoge werkdruk, onregelmatige werktijden, eentonig werk en weinig mogelijkheden de eigen tijd in te delen worden gezien als mogelijke oorzaken voor de ontevredenheid, zegt Sarike Verbiest, onderzoeker bij TNO.

Onvrijwillig

Daar komt nog bij dat de groep uitzend- en oproepkrachten veel minder tevreden over hun werkzekerheid is dan werknemers met een vast contract. In 2017 gaf 62 procent van de uitzendkrachten en 79 procent van de oproepkrachten aan tevreden te zijn. Bij vaste werknemers was dat 92 procent.

Een op de vijf oproepkrachten heeft meerdere banen, meestal uit financieel motief. „Het combineren van banen neemt voornamelijk toe onder oproepkrachten”, zegt Verbiest. „Als vaste werknemers meerdere banen hebben, doen ze dat vaker vanuit motieven als zelfontplooiing.”

Verbiest noemt de uitkomsten van het onderzoek zowel zorgelijk, als (voorzichtig) positief. „Ongunstige werkomstandigheden en onregelmatige werktijden nemen toe. Dat kan op langere termijn een risico vormen voor de gezondheid van werknemers. Maar daartegenover geeft 62 procent van de oproepkrachten aan behoefte te hebben aan flexibiliteit en daarom niet te kiezen voor een vast contract.”

Het aantal mensen dat zei dat het hen niet lukt om een vast contract te bemachtigen, nam iets af. Verbiest: „We durven daarom voorzichtig te stellen dat er een kentering lijkt te komen in het aantal onvrijwillige flexcontracten.”

Correctie (08-04-2019): in een eerdere versie van dit stuk stond een aantal keer dat er sprake is van een toename in ontevredenheid onder oproepkrachten. Dat moet een afname in tevredenheid zijn.

Source link