Met snorfiets op de rijbaan? Dat is ‘vrijwillig doodgaan’

Met snorfiets op de rijbaan? Dat is ‘vrijwillig doodgaan’
https://images.nrc.nl/pTCSxndb0Apam5KEg_2xgzBRXsg=/1200×627/smart/filters:no_upscale()/s3/static.nrc.nl/images/gn4/stripped/data43472012-036f1b.jpg

Voor Myra de Weerdt, alleenstaande moeder uit de Amsterdamse Jordaan, is de snorfiets een uitkomst. „Ik heb twee dochters, die moeten naar dansles, zwemles of naar de film.” Haar jongste dochter, ook aanwezig in de rechtszaal, heeft drie hersenbloedingen gehad en kan niet goed meer lopen. „Ik moet haar overal naartoe brengen, ze kan niet alleen met het openbaar vervoer. Dus hup, kind achterop en karren maar. Ideaal.”

De Weerdt is woensdag in de Amsterdamse rechtbank. Daar eist ze met drie stadgenoten dat de nieuwe Amsterdamse regels voor snorfietsen worden teruggedraaid. Sinds deze week zijn de scooters met de blauwe kentekens binnen de ring A10 niet meer welkom op het fietspad. Ze rijden te hard, gedragen zich vaak asociaal en zijn bovengemiddeld vaak betrokken bij ongelukken. Dus moeten ze de rijbaan op, met helm.

En dat vindt De Weerdt „werkelijk idioot”. Ze gaat „voor geen goud” tussen de auto’s en vrachtwagens rijden: veel en veel te gevaarlijk. Ja, zegt ze, het is waar dat snorfietsers in Amsterdam soms te hard rijden, toeteren en agressief doen. „Maar die taxichauffeurs dan? Dat zijn pas klootzakken. En wielrenners? Paardelullen. We hebben een serieus hufterprobleem in dit land.”

Zeker zeventig snorfietsers zijn naar de rechtbank gekomen om steun te betuigen. Het is een divers gezelschap: oudere dames, mannen van in de veertig en een hele groep tieners en twintigers. Allemaal zeggen ze: de nieuwe regels zijn levensgevaarlijk. „Rijden op de rijbaan is vrijwillig doodgaan”, zegt Soufyan el-Hadi, een tiener met een petje.

De gemeente Amsterdam heeft flink uitgepakt om ruchtbaarheid te geven aan het snorfietsverbod: zo zijn er 3.732 nieuwe verkeersborden geplaatst. De regels zijn namelijk behoorlijk ingewikkeld. Op sommige drukke verkeersaders mogen snorfietsers nog steeds op het fietspad (zonder helm): het verschil in snelheid met de rijbaan is er te groot. Dus zijn er meer dan vijftig plekken in de stad waar de scooters van het fietspad de rijbaan op moeten – en omgekeerd. Daar zijn blauwe vlakken op het asfalt geschilderd.

En, houden de Amsterdamse scooterrijders zich een beetje aan de nieuwe regels? Een half uurtje turven bij het blauwe vlak op het Weteringcircuit levert een gemengd beeld op. Van de 43 passerende snorfietsen gaan er 25 netjes de rijbaan op, maar de meerderheid doet dat wel zonder helm.

Wie de regels overtreedt, riskeert een boete van 95 euro. Zo ver is het nog niet: de handhaving begint pas na een ‘wenperiode’ van acht weken, met verkeersregelaars in gele hesjes. „Dat weten ze natuurlijk”, zegt verkeersregelaar Aluuy, woensdag aan het eind van de middag bij het blauwe vlak op de Jodenbreestraat, hartje centrum. „Ze gaan pas een helm koppen wanneer de boetes komen. Als wij er niet staan, rijden ze gewoon door op het fietspad. En als wij er wel staan, durven ze niet zonder helm de rijbaan op.”

Misselijk

In de rechtszaal is het woord aan Chantal Vlaanderen. Ze moet voor haar werk als pedagogisch medewerker de hele stad door, op haar elektrische scooter. Nu ze de rijbaan wordt opgestuurd, voelt ze zich extreem kwetsbaar.

Tien jaar geleden was Vlaanderen samen met haar zoon getuige van een dodelijk ongeluk: ze zagen hoe een man op een fiets werd overreden door een vrachtwagen. Ze kreeg EMDR-therapie om die traumatische ervaring te verwerken. „Maar dat beeld heb nu weer de hele tijd op mijn netvlies”, zegt ze met overslaande stem. „Ik word gewoon misselijk als ik met m’n scooter de rijbaan op moet.”


Lees ook: Oorlog op het fietspad

Ze is nog om een andere reden in de rechtbank, zegt Vlaanderen. „Iedereen roept maar dat alle scooters zijn opgevoerd. Maar snorfietsers die gewoon 25 kilometer per uur rijden bestáán.” Ze steekt theatraal haar handen in de lucht. „Hier ben ik!”

Applaus vanuit de zaal. „Hier ook! Hier ook!”

„Ik geloof u meteen”, antwoordt de advocaat van de gemeente. Volgens hem blijkt uit onderzoek onweerlegbaar dat scooters te hard rijden. „En we kunnen niet uitgaan van één enkel geval.”

Gesis vanuit de zaal. „U mag op mijn scooter rijden”, roept een jonge gesluierde vrouw naar de rechter. „Hij staat buiten voor de deur.”

De laatste eiser is meneer Boers. Hij woont in het centrum van Amsterdam maar heeft ook een huis in Monnickendam, waar hij op de scooter heen gaat, „als het lekker weer is”. Meneer Boers is absoluut niet van plan om de rijbaan op te gaan. „Ik laat me niet doodrijden door dat zootje.”

„Kunt u dan niet omrijden door een rustige straat?”, vraagt de rechter.

„Omrijden? Een scooter is bedoeld om je snel te verplaatsen.”

Source link