Mirjana Markovic (76), weduwe Servische oud-president Milosevic, overleden

Mirjana Markovic (76), weduwe Servische oud-president Milosevic, overleden
https://images.nrc.nl/1NywDuEHDwh22-TvMZesVyGjjAM=/1200×627/smart/filters:no_upscale()/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2019/04/web-1505buimarkovicjpg.jpg

Mirjana Markovic, weduwe van de voormalige Servische president Slobodan Milosevic, is op 76-jarige leeftijd in Rusland overleden. Dat melden onder meer de BBC en persbureau AFP zondag. Volgens Servische media overleed zij aan een longontsteking, maar dit is niet officieel bevestigd.

Gedurende het bewind van de omstreden Milosevic in het Servië van de jaren negentig was zij een invloedrijk figuur. Markovic stond bekend als ‘Lady Macbeth van de Balkan’. Ze functioneerde jarenlang als politiek adviseur voor haar man, die in 2001 werd gearresteerd op verdenking van machtsmisbruik en corruptie tijdens de Balkanoorlogen.

Drie jaar na zijn arrestatie week Markovic uit naar Rusland, waar zij politiek asiel hoopte te krijgen. In haar thuisland werd Markovic namelijk beschuldigd van machtsmisbruik en fraude. Servië vroeg om uitlevering maar Rusland weigerde. In 2008 verleenden de Russen Markovic en haar zoon politiek asiel nadat Servië een internationaal arrestatiebevel tegen haar had uitgevaardigd vanwege sigarettensmokkel.


Lees ook: De ‘rode heks’ achter de troon van Slobodan Milosevic

Joegoslaviëtribunaal

Milosevic was toen al overleden, de twee waren ruim veertig jaar getrouwd. De oud-president stierf in 2006 in de gevangenis in Scheveningen. Het voormalige Joegoslaviëtribunaal in Den Haag voerde op dat moment nog een proces tegen hem. Milosevic werd onder meer verdacht van genocide en oorlogsmisdaden, maar door zijn plotse overlijden werd hij niet veroordeeld.

Behalve als adviseur voor haar man trad Markovic ook op als politicus voor de partij Verenigd Joegoslavisch Links (JUL), die zij zelf had opgericht. In de late jaren negentig werd de partij de uitvalsbasis voor de corrupte zakelijke elite van Servië.

Source link