Omstreden school met enthousiaste leerlingen

Omstreden school met enthousiaste leerlingen
https://images.nrc.nl/R_15d7Fk7X-Oh4d_xbWDhPzUOLM=/1200×627/smart/filters:no_upscale()/s3/static.nrc.nl/images/gn4/stripped/data43340349-54d0c5.jpg

‘Atasoy ontkent dat hij ontkende.” Son Tekin Atasoy zit achter zijn computer in de directiekamer van het islamitische Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam en leest een artikel van de Volkskrant voor aan zijn broer Soner. De twee bebaarde mannen schuddebuiken in hun bureaustoelen. Son Tekin slaat met vlakke hand op zijn bureau, Soner op zijn bovenbeen. „Ontkent dat hij ontkende!”

Het is maandag 1 april. Een dag eerder heeft Son Tekin een bericht op de website gezet: bekeerde moslim en ex-PVV-raadslid in Den Haag Arnoud van Doorn wordt interim-directeur van de school. Bijna alle media pikten het op, ook NRC.

Die maandagmiddag maakt het omstreden lyceum bekend dat het ging om een 1 april-grap. Nu lezen de Albanees-Nederlandse broers elkaar de berichtgeving voor. Van Doorn zelf en Soner Atasoy, directeur-bestuurder van de school, waren volgens meerdere media niet eerlijk toen hun gevraagd werd of het om een grap ging. „Ze [de media] waren allemaal boos toen ze het hoorden”, leest Son Tekin een citaat van zijn broer voor. „Agressief zelfs. Net moslims.” Opnieuw schaterlachen de broers. „Net moslims!”

De 1 april-grap liep anders dan gepland, legt Son Tekin, beleidsmedewerker van de school, uit. Ze hoopten de Amsterdamse burgemeester Femke Halsema – door de broers consequent „domme gans” genoemd – een loer te draaien door haar te laten reageren op nepnieuws. Son Tekin: „We hadden de val gezet, en lagen al klaar met de buckshot – de hagel.” Hij doet alsof hij een jachtgeweer in zijn hand heeft. „Maar in plaats van dat die domme gans langs kwam vliegen, zagen we ineens ANP en Parool! En toen al die andere media. ‘Shit, shit’, zeiden we, nou dan toch maar schieten, ogen dicht.” Het leidde weer tot ophef rond de school die sinds de opening anderhalf jaar geleden diverse malen in opspraak raakte door vermeende salafistische invloeden.

De gemeente en het ministerie van Onderwijs probeerden de komst van het Haga jarenlang te voorkomen. Ze vreesden dat de school een doorstart zou zijn van het wegens tegenvallende resultaten gesloten Islamitisch College Amsterdam en dat het bestuur zijn ‘burgerschapstaak’ niet goed zou uitvoeren. De school kwam er toch omdat de wet verbiedt eisen te stellen aan de stichting van bijzondere scholen. De nieuwe school telt nu alleen zo’n 180 eerste- en tweedeklassers. Voor volgend jaar zijn er zo’n 135 nieuwe inschrijvingen.

Sinds de eerste schooldag – 5 september 2017 – bezocht NRC de mavo-, havo-, vwo-school twaalf keer. De krant sprak met leerlingen, ouders, docenten, medewerkers, het bestuur en bekenden van het bestuur en liep rond op de school. Ook zag NRC het conceptrapport in van de Inspectie van het Onderwijs die de school eind 2018 meermalen bezocht. Dit rapport werd nooit gepubliceerd omdat de AIVD de Inspectie dit jaar waarschuwde voor anti-democratische tendensen op de school en mogelijke banden van de Atasoys met Tsjetsjeense terroristen en omstreden salafisten in binnen- en buitenland.

Max Havelaar

In veel opzichten lijkt het Haga een doorsnee middelbare school. Leerlingen klagen over de corvees die ze opgelegd krijgen – „meester, we zijn geen schoonmakers”. Een irritante zoemer geeft het einde van de lessen aan en als een docent een proefwerk aardrijkskunde uitstelt, juichen de kinderen. Het biologielokaal staat vol microscopen en opgezette dieren, bij geschiedenis ligt een oude druk van de Max Havelaar en in het lokaal van meester Fadli hangen posters met ‘bienvenue en France’. In de schoolbibliotheek staan Tsjechovs Oorlog en vrede en Tonke Dragts De brief voor de koning naast de vertellingen over de profeet van Mohammed Al-Boekhari. Leerlingen worden berispt als ze door de gangen rennen of ruziën tijdens potjes tafelvoetbal.

Eén verschil met andere scholen is direct zichtbaar: op het Cornelius Haga trekken meisjes en jongens zoveel mogelijk gescheiden op. Gymmen doen ze apart, met schoolreisjes zitten ze in verschillende bussen. Er zijn twee volledige meisjesklassen en in de andere zitten de jongens en meisjes aan weerszijden van het lokaal, nooit naast elkaar. In de pauze en tijdens tussenuren is de bovenverdieping voor de meisjes. De hal met de tafeltennis- en voetbaltafels is in principe voor de jongens – al weten de meisjes die soms ook te bemachtigen als ze snel genoeg zijn, volgens tweedejaars Halima. Af en toe spelen ze jongens tegen meisjes.

Behalve op vrijdag bidt het Haga gescheiden: meisjes en vrouwelijke docenten op de bovenverdieping op kleedjes in een ruime gang, de jongens en mannelijke docenten beneden in de moskee. Daar is ook het spreekgestoelte van de imam, die elke vrijdag zo’n drie kwartier preekt. Soms is dat Abdullah Özütürk, die volgens de AIVD mogelijk invloed heeft gehad op het radicaliseringsproces van jongeren – geen Haga-leerlingen – die uitreisden naar Syrië. Op vrijdagen bidden de jongens en meisjes wel samen; jongens vooraan, veelal in spijkerbroeken met shirts en vesten, hier en daar een trainingspak, meisjes achteraan met hijab en vaak lange rokken of jurken.

Naar schatting van Son Tekin Atasoy bidt per gebed gemiddeld zo’n 90 procent van de jongens, en iets meer dan de helft van de meisjes. Tijdens het gebed klinkt er gelach en gekeet in de ontspanningsruimte waar de meisjes zitten die niet bidden. Die zijn ongesteld of beweren dat te zijn om onder het gebed uit te komen. Voor de jongens is dat lastiger, al schieten er af en toe een paar naar buiten als ze de oproep horen. „Ik ben al vrij, meester”, klinkt het dan, en weg zijn ze. Volgens het ambtsbericht van de AIVD zijn leerlingen van het Haga verplicht drie keer per dag te bidden. Het grootste deel van het jaar valt echter slechts één van de vijf dagelijkse gebeden onder schooltijd.

Speelgoedpistolen

Ook rondom toiletbezoek stimuleren docenten dat leerlingen de islamitische voorschriften naleven. Vrome moslims stappen met de linkervoet eerst een toilet binnen en zeggen dat ze bij Allah „toevlucht zoeken tegen mannelijke en vrouwelijke duivels”. In het geren en gedrang van pubers op een middelbare school blijkt dit lastig af te dwingen. „We proberen ze aan te sporen de regels zo goed mogelijk te volgen”, zegt Son Tekin Atasoy schouderophalend. „Maar wat ga je doen? Ze zijn nog jong.” Als er hogere klassen bij komen, zal de schoolleiding strikter optreden naar de oudere leerlingen, aldus Atasoy.

Met alleen eerste- en tweedejaars op de nu nog kleine school is het contact tussen leerlingen, docenten en schoolleiding nauw. Ze spelen samen tafelvoetbal of pingpong, spreken elkaar gemakkelijk aan op de gangen. „Een klein dorp”, omschrijft tweedejaars Khadija haar school. „Iedereen kent elkaar.” Er worden onderling veel grappen gemaakt – „een beetje dissen”, noemt de jonge docent Nederlands Geurts dat. Op 1 april behing een klas het geschiedenislokaal met wc-papier, evenals de auto van geschiedenisdocent Kasim Tekin, volgens de AIVD één van de aanjagers van het salafistische onderwijs.

Deel van de onderwijsvisie is dat er ruimte moet zijn om af en toe stoom af te blazen. Zo kochten de Atasoys ‘Nerf guns’, grote gekleurde speelgoedpistolen waarmee de leerlingen achter elkaar aan rennen en zachte pijltjes op elkaar afschieten. Op een ander moment hielden zo’n vijftien jongens een krantengevecht, terwijl Soner Atasoy erop toezag dat de opgerolde dagbladen niet zo dik waren dat ze elkaar pijn deden. Aan het eind van het semester neemt ICT-docent Chennouf zijn hele meisjesklas mee naar de kooi achter de school voor een potje voetbal onder lestijd.

Kleine wasjes, grote wasjes

Nadat in maart de AIVD-signalen naar buiten waren gekomen, ruimde de onderwijsinspectie een kantoortje in op het Cornelius Haga voor hernieuwd onderzoek. Inspecteurs kwamen drie weken lang bijna dagelijks van negen tot vijf, spraken volgens de broers met alle leerlingen, docenten en medewerkers en bezochten elke les meermaals. Niet alleen om vast te stellen of de leerlingen worden blootgesteld aan extremistisch gedachtengoed, ook om de financiën van de school door te lichten. De AIVD waarschuwt dat de broers mogelijk de terroristische organisatie Kaukasus Emiraat financierden.

„Waarom is deze wasmachine aangekocht?”, leest Son Tekin Atasoy voor van achter zijn computer in de directiekamer. „Nou, dan antwoorden we de Inspectie hier netjes: ‘Onze wasmachine dient om schoolspullen mee te wassen. Voor verdere toelichting zie…’” Met een glimlach klikt hij op de link die volgt. Plots klinkt Surinaams-Nederlandse feestmuziek uit de speakers. „Kleine wasjes, grote wasjes. Stop ze in je wasmasjien.”

Een verklaring voor de aantijging dat zij een terreurgroep financieren, hebben de broers niet. Ze voelen zich slachtoffer van islamofobie en „moslimpestgedrag” en nemen het tegen elke vermeende criticus op – de ene keer met een grap, de andere keer in de rechtbank. „Jullie hebben de politiek, de media, alles”, zegt Soner Atasoy. „Wij hebben de rechtsstaat.” Hij verwijt de gemeente dat die de inhoud van het vertrouwelijke AIVD-ambtsbericht naar buiten heeft gebracht. „Als er bewijs is voor al die beschuldigingen, waarom zitten we dan nog niet in [de extra beveiligde inrichting, red.] Vught?”

Ook het radicale netwerk waarin de broers zich volgens de AIVD bevinden, relativeert hij. Imam Abdullah Özütürk, door de AIVD als mogelijke ronselaar gezien, kreeg voor zijn vrijdagpreken op het Haga gewoon een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) van de gemeente, toont Atasoy. Het contact dat de broers met salafisten hebben, zou worden overdreven. Zo is het volgens Soner Atasoy niet waar dat de omstreden Britse prediker Haitham al-Haddad geheime bijeenkomsten bijwoonde op de school, zoals de AIVD beweert. „Hij wilde de school zien en is hier maximaal een uurtje geweest. Ik laat zo’n oude man niet buiten staan.”

Volgens de Atasoys is het idee achter de school dat leerlingen zich zowel thuis voelen bij hun Nederlandse, als hun islamitische identiteit. Dat dat niet altijd makkelijk is, geeft aankomend godsdienstleraar Hüseyin Murad Önal toe. Volgens Önal is homoseksualiteit een zonde binnen de islam. Toch wil hij de leerlingen tolerantie bijbrengen voor de lhbt-gemeenschap. Hij wil ze leren de verhalen in de Koran te interpreteren naar de huidige maatschappelijke context, zegt hij. „We moeten een manier vinden waardoor kinderen heel respectvol zijn voor die mensen en tegelijkertijd hun eigen waarden weten te bewaren.”

Extra curriculum

De AIVD waarschuwt dat de school de helft van het curriculum aan de salafistische geloofsleer wil wijden en van plan is ook buiten de reguliere lestijden scholieren in die invloedssfeer te brengen. De broers doen dit af als onzin. Het bestuur heeft wel in 2017 onderzocht of het het rooster zo kon omgooien dat de leerlingen elke dag het eerste lesuur koranles kregen, onder meer om het heilige boek uit het hoofd te leren. Ook keken de Atasoys of ze kinderen ’s avonds en in het weekend een extra curriculum aan konden bieden, van voetbal tot bijlessen Nederlands. Naar eigen zeggen zagen ze af van de plannen omdat die praktisch onhaalbaar bleken, onder meer wegens het maximum aantal lesuren.

Momenteel biedt de school behalve de vrijdagpreek twee „identiteitsvakken”– al wordt godsdienst al een poos niet gegeven als gevolg van personeelsproblemen. Het vak Arabisch krijgen de leerlingen twee uur per week. In haar ongepubliceerde eerste rapport van januari schreef de inspectie dat op de lessen van het Haga inhoudelijk niet veel aan te merken was. Enige kritiekpunt was dat de docenten „nog te weinig alert zijn op kansen om de Nederlandse taalvaardigheid te versterken”.

Bij de reguliere vakken wordt volgens de leerlingen, en ook volgens het ongepubliceerde inspectierapport, het overgrote deel van de tijd besteed aan de vakinhoud. Elke les begint met een kort gebed, vaak het openingsvers van de Koran, maar langer dan een paar minuten duurt dat niet. Volgens de leerlingen komt de islam soms ook tijdens niet-religieuze vakken ter sprake. Dat is dan na een vraag van klasgenootjes en duurt „nooit langer dan vijf minuten”.

De kinderen zijn enthousiast over het Haga. Dat waren ze bij de eerste ronde van de inspectie en dat zijn ze ook als hun daar op de gang naar wordt gevraagd. Omdat het een kleine school is, met kleine klassen, „staan leraren altijd voor je klaar”, zegt vwo-leerling Tassnim. Ze vindt het fijn dat jong en oud samen bidden. Volgens het conceptrapport van de inspectie wordt er relatief weinig gepest op het Haga. Leerlingen voelen zich veilig en zeggen blij te zijn dat ze hun islamitische identiteit kunnen uitdragen op school – dat ze, in de woorden van Tassnim, „gewoon zichzelf kunnen zijn”.

Source link