Schouders – NRC

Schouders – NRC
https://images.nrc.nl/W2RsPy71mdu_bONbbge3wfi1DNw=/1200×627/smart/filters:no_upscale()/s3/static.nrc.nl/bvhw/files/2019/01/deckwitzartikel.png

Zondag was mijn jongste neefje (10) over de vloer om te gamen, maar waar hij gewoonlijk zo opgewekt is als een jack russell in een worstenstruik, kon er die ochtend geen glimlach vanaf. Stilletjes hield hij de controller in zijn handen. Zijn moeder, gediplomeerd psycholoog, heeft een hele trukendoos om de kindergeest open te breken (met daarin geboden als ‘Vraag nooit Waarom’ en ‘Denk NIVEA: Niet Invullen Voor Een Ander!’) die haar jongens inmiddels van haver tot gort kennen.

„Gast, waarom ben je vandaag zo super ongelukkig?” vroeg ik dus maar.

Mijn neefje staarde voor zich uit en zei toen:

„Ik ben lelijk hè.”

Mijn hart stopte even met slaan. Hij is het prachtigste mens dat ik ken.

„Hoe kom je daar nou weer bij, je opa, die is pas lelijk”, begon ik, waarop hij met zijn ogen rolde. Wat bleek: de meisjes uit zijn klas hadden vrijdag een poll gehouden wie ze de minst knappe jongen van hun groep vonden. Het werd mijn neefje. Daar kon je van alles tegenin brengen: dat die meiden aan voortijdige staar leden, dat een mening maar een mening was, dat hij echt superknap was, maar de schade was al opgelopen. Er was letsel waar ik niet tegenop kon redeneren, omdat ik familie was en dus hopeloos bevooroordeeld.

„Ga eens staan”, zei ik. Traag stond hij op. Zijn houding was veranderd. Hij stond krommer dan een vraagteken.

„En nu recht”, zei ik, terwijl ik hem omhoogduwde, als om hem uit te deuken. „Dat kan veel beter. In Hongarije zeggen ze niet voor niets dat schoonheid in de schouders zit. Hoe beter je houding, hoe knapper men je daar vindt.”

Dat werkte. De rest van de middag zat hij kaarsrecht, en met opgeheven hoofd ging hij de deur uit, hoewel een glimlach ontbrak. Ik bleef achter met een zwaar gemoed. Het ergste was niet eens dat hij zich opeens lelijk voelde doordat anderen de noodzaak zagen hem ongevraagd in een rangorde te plaatsen, maar dat hij opeens het belang van uiterlijk zag. Hoe dat kon fucken met je geest, met je zelfwaarde. En hoe machteloos hij daar tegenover stond.

Die avond lag ik in bed met mezelf te onderhandelen. Te bedenken waarom hij dit zou overleven. Hij is mentaal sterk genoeg om dit aan te kunnen, dacht ik. Hij is de liefste, vrolijkste, slimste en mooiste jongen van de hele wereld. En toch zag ik hoe de mening van anderen hem aantastte. Hoe weerloos zelfs een sterk persoon is wanneer hij op zijn uiterlijk wordt gepakt. Dat nu al het aanpraten van minderwaardigheid op basis van looks begon. Tien, dacht ik. Hij is nog maar tien.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.

Source link