Trumps aanvallen eroderen de Fed
https://images.nrc.nl/d2pMDlRyBki_a-HIYBVxlaQCn38=/1200×627/smart/filters:no_upscale()/s3/static.nrc.nl/bvhw/files/2019/04/data43601767-d9c666.jpg

Een renteverlaging graag, en weer beginnen met het opkopen van staatsleningen. Dat eiste president Trump vorige week openlijk van de Amerikaanse centrale bank, de Federal Reserve. En niemand in de Republikeinse partij sprak hem tegen.

Dat is opmerkelijk. Niet omdat er geen discussie zou mogen zijn over het monetaire beleid. Maar omdat een regering zich er niet mee zou moeten willen bemoeien. De onafhankelijkheid van centrale banken is groot in westerse landen. Daar hoort geen politieke druk bij, zeker niet van de hoogste in ambt. Maar dit zijn geen gewone tijden.

Eerst gunde Trump de zittende Fed-voorzitter Janet Yellen, door zijn voorganger Obama aangesteld, niet de gebruikelijke tweede termijn. De president benoemde, eind 2017, Jerome Powell tot voorzitter. Maar toen Powell in lijn met zijn voorgangster bij de Fed renteverhogingen doorvoerde, groeide de kritiek uit het Witte Huis. Powell leek niet de zetbaas waar hij voor was gehouden.


Lees ook: Bezweek de Amerikaanse centrale bank onder druk van Trump?

De verbazing op de financiële markten groeide toen de Fed in januari van dit jaar een radicale ommezwaai maakte. Een maand eerder werd de rente nog met een kwart procentpunt verhoogd tot maximaal 2,5 procent, met uitzicht op twee extra stappen in 2019.

Maar in januari kondigde Powell plots een voorlopige pauze af. En in maart werd tot een stop voor het gehele verdere jaar besloten. De afbouw van de balans van de Fed, die na de crisis van 2008 enorm was gegroeid door de aankoop van staats- en andere leningen, wordt stopgezet.

Powell ontkende onder druk te zijn gezet. De economie gaat op dit moment door een onzekere periode. De Europese Centrale Bank heeft eveneens een pauze in het monetaire beleid ingelast.

Voor Trump, een zelfverklaarde easy money guy, gaat het allemaal niet ver genoeg. Hij wil renteverlágingen, en hervatting van de aankoop van staatsleningen door de Fed. Economisch adviseur Larry Kudlow zei eind maart een half procentpunt lagere rente te willen.

De druk op de Fed groeit. Niet in laatste plaats door twee voorgenomen benoemingen van Trump-loyalisten als bestuursleden: Stephen Moore en Herman Cain. Dit wekt afgrijzen bij het monetaire establishment. „Het is één ding om boevenmaatjes te benoemen in de regering, maar de centrale bank is een essentieel instituut,” zei voormalig Fed-bestuurder Sarah Raskin. „Dit heeft het in zich om de geloofwaardigheid van het monetair beleid te ondermijnen.”

Kandidaat: Stephen Moore

Vorige maand maakte president Trump bekend dat hij schrijver en economisch commentator Stephen Moore (1960) voor zou dragen als een van de bestuursleden van de Fed. Moore, die in het bestuur van de zakenkrant The Wall Street Journal heeft gezeten en verbonden was aan de conservatieve denktank de Heritage Foundation, is op zijn zachtst gezegd een omstreden kandidaat.

Dat begint bij twijfels over zijn kennis om mee te beslissen over het beleid van de centrale bank in de VS. Moore is geen gepromoveerd econoom, zoals veel Fed-bestuurders wel zijn, en ook mist hij een relevante staat van dienst bij de overheid of in de private sector. Hij ontbeert „de intellectuele gravitas voor deze belangrijke baan”, schreef Greg Mankiw, Harvard-econoom en voormalig economisch adviseur van George W. Bush, op zijn blog. „En als je daaraan twijfelt, lees zijn laatste boek”, voegde hij eraan toe.

Moore was namelijk co-auteur van het boek Trumponomics: Inside the America First Plan to Revive Our Economy, volgens Mankiw en vele andere economen een overdreven lofzang op het warrige economische beleid van Trump. „Tribalisme in plaats van wetenschap.”

Vlekjes uit verleden

Moore is dan ook boven alles een Republikein. Hij was adviseur van de Trump-campagne in 2016, zoals hij dat in 2012 was voor de campagne van de andere Fed-kandidaat van Trump, Herman Cain.

Daarbij toont Moore zich al jaren een voorstander van lagere belastingen en was hij een van de felste tegenstanders van de vier renteverhogingen die de Fed vorig jaar doorvoerde na een lange periode van extreem lage rentes. Hij pleit net als Trump juist voor nieuwe renteverlagingen om de economie aan te jagen.

Critici van Moores kandidatuur maken zich dan ook grote zorgen over wat diens eventuele benoeming zal betekenen voor de onafhankelijke reputatie van de Fed. Een renteverlaging op dit moment is economisch gezien volgens hen onlogisch en zou dus puur om politieke redenen gedaan worden.

Los van de inhoudelijke problemen die veel politici hebben met Moore, zijn er nog de ‘vlekjes uit het verleden’ die Moore met zich meedraagt. Zo strijdt hij al jaren met de Amerikaanse fiscus over een belastingschuld van 75.000 dollar gekoppeld aan het ten onrechte aftrekken van kinderalimentatie. Ook werd begin april bekend dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan minachting van de rechter (contempt of court) inzake de vereiste betaling van 330.000 dollar alimentatie aan zijn ex-vrouw, zo onthulde het Britse dagblad The Guardian vorige week.

Kandidaat: Herman Cain

Anders dan Stephen Moore heeft Trumps andere kandidaat voor een stoeltje bij de Fed, voormalig presidentskandidaat voor de Republikeinen Herman Cain, wel enige relevante werkervaring. Cain (1945) was eind jaren tachtig bestuurder bij een van de drie afdelingen van de Federal Reserve in Kansas City en halverwege de jaren negentig zelfs kortstondig voorzitter van de Fed in Kansas.

De meeste bekendheid kreeg hij echter in de jaren dat hij bestuurder en later eigenaar was van pizzaketen Godfathers Pizza. Hij wist het noodlijdende pizzabedrijf te reorganiseren en weer winstgevend te maken.

In 1996 nam Cain afscheid van zowel Godfathers Pizza als de Fed en vestigde hij zich in Washington als lobbyist voor het restaurantwezen. Daar voerde hij een conservatieve agenda uit, die hem warme banden opleverden met veel Republikeinen. Zo lobbyde hij tegen minimumlonen, tegen aanscherping van de maximaal toegestane alcoholpromillages voor automobilisten en tegen een rookverbod.

Toen Cain in 2011 bekendmaakte dat hij de Republikeinse presidentskandidaat wilde worden, lanceerde hij het 9-9-9-belastingplan, een initiatief waarbij alle bestaande belastingen zouden worden vervangen door een 9-procentstarief: op omzet, op inkomsten en op bedrijfswinsten. Het plan oogstte vooral hoon.

Op monetair gebied heeft Cain zich voorstander betoond van een terugkeer naar de zogenoemde Gouden Standaard, waarbij de koers van de dollar gekoppeld wordt aan de goudprijs. Algemeen wordt die koppeling als achterhaald en onverstandig gezien. Zeker na de crisis van 2008, toen een koppeling aan goud waarschijnlijk tot grote bezuinigingen zou hebben geleid en de economie forse schade zou hebben toegebracht.

Nobelprijswinnaar en New York Times-columnist Paul Krugman twitterde na de bekendmaking van Cains nominatie: „Ik had niet verwacht dat Trump de nominatie van Stephen Moore in negatieve zin zou kunnen overtreffen. Maar onderschat zijn vindingrijkheid nooit.”

Seksueel misbruik

Hoewel er een harde kern van Trump-senatoren is die de aangekondigde nominatie van Cain onomwonden wil steunen, is die ook direct op groot verzet gestuit in de Senaat, ook onder Republikeinen. Mitt Romney, Cains tegenkandidaat in 2012 en de uiteindelijk presidentskandidaat van de Republikeinen dat jaar, zei deze woensdag dat hij het zeer onwaarschijnlijk achtte dat Cain benoemd zou worden. „Ik adviseer Trump met een andere kandidaat te komen”, zei hij

Een van de voornaamste redenen voor de weerstand tegen Cain zijn verhalen over seksueel misbruik, die hem eind 2011 ook al zijn kans op een nominatie kostten. In de campagne doken meerdere vrouwen op die verklaarden dat Cain hen misbruikt zou hebben.

Cain heeft de aanklachten altijd weersproken, maar de zaken blijven aan hem kleven. Sinds zijn kandidatuur voor de Fed bekend werd, zijn ze weer alomtegenwoordig in de media.

Zo lijken Cains kansen te keren. Nadat drie Republikeinse senatoren zich al tegen zijn kandidatuur keerden, kwam daar donderdag een vierde bij: Kevin Cramer van North Dakota. Die zei dat, als hij onmiddellijk zou moeten kiezen, hij tegen zou zijn. Daarmee is er nog maar steun van 49 senatoren van de 100.

In de schaduw van Nixon

Trumps druk heeft intussen veel te maken met de verkiezingen van 2020. De forse begrotingsimpuls van eind 2017 raakt langzaam uitgewerkt. Maar een goed draaiende economie is belangrijk voor een herverkiezing van een zittende president.

Daar is een precedent voor. Het zou niet de eerste keer zijn dat een Fed-voorzitter door een president in de hoek wordt gedreven. Richard Nixon, president van 1969 tot zijn vertrek in 1974 als gevolg van het Watergate-schandaal, zette toenmalig Fed-voorzitter Arthur Burns onder zware druk met, zoals later bleek, grote gevolgen. In 2006 verscheen in The Journal of Economic Perspectives het artikel How Richard Nixon Pressured Arthur Burns: Evidence from the Nixon Tapes. Daarin doet econoom Burton Abrams uit de doeken hoe dat ging. Nixon, vicepresident onder Eisenhower, nam het in de presidentsverkiezingen van 1960 op tegen John F. Kennedy. Hij werd destijds door Burns gewaarschuwd dat de economie aan vaart verloor, wat zijn kansen op het presidentschap zou schaden. Nixon ijverde bij Eisenhower voor een begrotingsimpuls, met name door militaire uitgaven. Hij ving bot, en verloor van Kennedy.

Exploderende inflatie

Nadat Nixon de verkiezingen van 1968 wél had gewonnen, benoemde hij Burns, die hij als een visionair beschouwde, een jaar later tot nieuwe Fed-voorzitter. Maar in de loop van 1971, een jaar voor Nixons beoogde herverkiezing, dreigde de economie net als destijds te verslechteren. Uit de bandopnames die Nixon liet maken – en die later ook een grote rol zouden spelen bij het Watergate-schandaal – blijkt hoeveel druk Nixon daarna uitoefende. Zo dreigde hij dat Burns mogelijk niet betrokken zou worden bij nieuwe benoemingen in het Fed-bestuur.

Burns voerde renteverlagingen door, ondanks grote twijfel van de rest van het Fed-bestuur. Nixon praatte hem moed in: „You can lead ’em, you can lead ’em. You always have now. Just kick ’em in the rump a little.

De groei van de geldhoeveelheid explodeerde daarna, tot 12 procent in 1972. Maar de werkloosheid daalde, en Nixon werd makkelijk herkozen.

De gevolgen zijn bekend: de inflatie in de Verenigde Staten liep op van 3,6 procent in 1972 naar bijna 12 procent in 1974 en bleef ook daarna hoog.

Burns’ opvolger, de in 1979 benoemde Paul Volcker, moest de rente fors opschroeven, tot ruim 15 procent, om de inflatie uit de economie te persen. Dat droeg bij aan de zware recessie van begin jaren tachtig. De inflatie zou in de decennia daarna onder controle blijven. Volcker wordt tot de dag van vandaag gezien als een van de sterkste Fed-voorzitters ooit. Burns, de man die bezweek, als een van de zwakste.

Source link

nuno-show.nl