Vele Hamlets, één Michael Corleone

Vele Hamlets, één Michael Corleone
https://images.nrc.nl/MIozT1OoOvmeHdkq1cYsUW4Bcb8=/1200×627/smart/filters:no_upscale():format(jpeg):fill(f8f8f8,true)/s3/static.nrc.nl/bvhw/files/2019/01/zwol-coen-van-online-artikel.png

Melissa McCarthy en Richard E. Grant kregen dit jaar twee dik verdiende Oscarnominaties als literaire vervalser Lee Israel en scharrelaar Jack Hock in Can You Ever Forgive Me? Een gedenkwaardig, desolaat duet, maar eigenlijk waren hun rollen voor Julianne Moore en Sam Rockwell. Vlak voor opnames in juli 2015 vertrok Moore na ‘creatieve meningsverschillen’. Of vertrok, Moore gaf onlangs toe dat regisseur Nicole Holofcener haar ontsloeg na een hoog oplopende ruzie over een nepneus: Moore wilde daarmee meer op de echte Lee Israel te lijken. „Maar ik geloof dat ze mijn vertolking gewoon niet zag zitten.”

Wat als? Met Moore en Rockwell was Can You Ever Forgive Me? een emotioneel hectische film geworden: beide acteurs opereren liefst op de grens van paniek. Wat de film zo memorabel maakt, is het doffe patina van McCarthy en Grant. Zij is een nurkse ruziezoeker, hij een gladjanus met desperate pretoogjes. Sarcastisch dédain voor de wereld bindt ze, samen kunnen ze even vergeten hoe miserabel ze zich voelen.

Brengt mij op een favoriete exercitie: stel je voor hoe een film was geweest met een totaal andere hoofdrolspeler. Acteurs in iconische rollen waren vaak tweede of derde keus, blijkt achteraf. Neem Al Pacino als Michael Corleone in The Godfather. Eerste keus was Jack Nicholson, maar hij wilde geen Italiaanse rol inpikken. Robert Redford en Warren Beatty waren eveneens in de race.

Al Pacino liet op zijn beurt de rol van Han Solo in Star Wars schieten omdat hij het script bizar vond. Molly Ringwald had geen zin om prostituee te spelen in Pretty Woman, die van Julia Robert een superster maakte. John Travolta zag niks in Forrest Gump, Will Smith wees na een vage pitch de rol van Neo in The Matrix af: Sean Connery of Val Kilmer zou toen Morpheus spelen. Het oorspronkelijke liefdeskoppel van La La Land was Miles Teller en Emma Watson, niet Ryan Gosling en Emma Stone.

De lijst is eindeloos. Tom Cruise als ‘Iron Man’ Tony Stark. Hugh Jackman als de nieuwe James Bond in plaats van Daniel Craig. Meestal denk je: gelukkig dat het niet doorging. Dat zeggen de acteurs die de rol lieten schieten ook, al dan niet tandenknarsend. Will Smith, die indertijd de flop Wild Wild West prefereerde, vermoedt dat hij teveel zijn stempel had gedrukt op The Matrix: de passiviteit van Keanu Reeves was beter. Jack Nicholson denkt dat talloze acteurs Michael Corleone konden spelen, maar dat Al Pacino hem ís.

Achteraf dan. Nicholson heeft gelijk: binnen hun bandbreedte kunnen acteurs alles. Goede casting is niet zo moeilijk, geweldige casting wel – en berust vaak op toeval en tegendraadse intuïtie. De casting van de obscure Al Pacino en notoire lastpak Marlon Brando als vader en zoon Corleone was te danken aan afzeggingen én de koppigheid van regisseur Coppola.

Is een film een hit, dan kan je je alleen nog maar voorstellen hoe anderen in die rol tekort schieten. Het theater telt duizenden Hamlets, er is maar één Michael Corleone. Lastiger is een tweede gedachte-oefening: welke acteur had een net niet-film tot meesterwerk gemaakt? En daar gaat casting juist over.

Coen van Zwol is filmrecensent.

Source link