‘Vrouwen verdienen evenveel respect in de Ronde van Vlaanderen’

‘Vrouwen verdienen evenveel respect in de Ronde van Vlaanderen’
https://images.nrc.nl/XcPDAx96_Y-LXImeF_ZtpjBdkhw=/1200×627/smart/filters:no_upscale()/s3/static.nrc.nl/bvhw/files/2019/04/data43252663-9a7423.jpg

De kunstenaar wiebelt in zijn fauteuil en wrijft in zijn handen, dan weer gaat hij met duim en wijsvinger langs zijn mondhoeken. Hij is potjandorie zenuwachtig, net als zo’n beetje heel Vlaanderen in de dagen voorafgaand aan de eerste zondag in april, de dag van De Ronde, de hoogmis, de belangrijkste eendaagse wielerwedstrijd van het jaar. Ook in de duinen nabij Koksijde bereikt de voorpret het kookpunt. Wie zal d’r gaan winnen, zal ’t een Vloaming zijn? Dat zal eens tijd worden, de laatste was Tom Boonen zeven jaar terug. Maar voor de kunstenaar nog het meest van belang: „Waar gaat mijn trofee heen?”

Fernand Vanderplancke (80) ontwerpt sinds 1995 de trofeeën voor de winnaars van de Ronde van Vlaanderen, dit jaar voor de 24ste keer – een grote voor mannen, een kleine voor vrouwen. Maar daar is verandering in gekomen.

Het zijn beelden van brons, een kilo of vier zwaar, een hebbeding in het peloton, aldus de kunstenaar zelf. Van Niki Terpstra, winnaar van vorig jaar, weet hij dat het beeld in de living staat. Zag-ie op tv-beelden. Fabian Cancellara zou voor zijn overwinning in 2010 al gedagdroomd hebben het kunstwerk mee naar huis te nemen. Johan Museeuw heeft er drie staan, net als Tom Boonen, die de trofeeën van de heer Vanderplancke de mooiste vindt die er in de wielrennerij te winnen zijn.

Het zijn legendarische wielrenners met wie hij een warme band koestert. Ze doen zijn vrijstaande woning in de buurt van Oostduinkerke nog geregeld aan voor een babbel over de koers. Vindt-ie prachtig, zulke kampioenen die dan ineens in zijn huiskamer staan en hem als vriend behandelen. Hij fietst zelf ook, elke zondag nog, vijftig kilometer langs de Vlaamse kust. Op het zadel doet hij inspiratie op.

Nu en dan bellen oud-winnaars hem op om de waarde van het kunstwerk na te vragen. Voor de verzekering, of wellicht in een poging hun prestatie in geld uit te drukken. Het antwoord loopt in de duizenden euro’s. Vanderplancke heeft er maanden werk aan.

Moderne martelaren: sterk en stoer

Zijn creatie begint met een belletje van de organisatie, in september. Flanders Classics geeft hem jaarlijks het startsein. De beste man neemt dan plaats in zijn bomvolle atelier, een schuurtje in zijn tuin waar het licht via dakramen naar binnen valt en waar houtslijpsels zijn opgeruimd omdat de Vlaamse onderwijsminister Hilde Crevits vorige week bij hem langskwam, en dan begint hij te schetsen. Met houtskool. Als hij er tien heeft, helpt zijn vrouw met selecteren. Ideeën te over, ook na zowat een kwart eeuw van Rondes. De wielrenner in weer en wind blijft hem inspireren.

Vanderplancke zoekt naar woorden om zijn creatieve proces te beschrijven, maar vindt die maar moeizaam, zoals het een beeldend kunstenaar betaamt misschien. „Ik probeer het onzichtbare te maken, en kap de rest weg”, is zijn cryptische uitleg. Zijn trofeeën noemt hij abstract, maar op de realiteit gebaseerd. De ploeterende wielrenner vindt hij een fascinerend schouwspel van lijnen, die lopen over gekromde kattenruggen, langs de marmeren benen waar pezen en spieren aan de oppervlakte liggen, en mooi halfrond via armen die diep in de beugels van het stuur zijn weggestoken alsof ze graaien naar meer lucht of energie. Als de in Brugge geboren kunstenaar denkt aan wielrenners in de Ronde, dan begint zijn fantasie al danig op hol te slaan. Het mijnwerkersgelaat van Terpstra vorig jaar zal hij zijn leven lang niet vergeten. „Ze zijn zo sterk, zo stoer, trotseren modder en wind en regen en kasseien… Het zijn moderne martelaren, ja, dat zijn het.” Hij zucht, glimmend van opwinding. De romantiek druipt van z’n dromend gezicht.

Vanderplancke vertelt dat zijn creaties in de loop der jaren eleganter zijn geworden, gelijk de werkelijkheid. Kijk maar eens beelden terug van de Ronde van pak ’m beet 1986, de editie die Adrie van der Poel won. De hoekige manier waarop de Belg Eddy Planckaert tegen de Muur van Geraardsbergen op fietst herbergt niets van souplesse, het gaat met horten en stoten, het verzet lijkt tanden te zwaar. De ellenbogen zwabberen van links naar rechts. De rijwielen waren dan ook drie kilo zwaarder. Vandaag de dag draaien de benen van de renners soepeltjes rond, ook als het stijgingspercentage 20 procent bereikt. „Het woeste is eraf”, zegt de kunstenaar. „Ook in de trofeeën.”


Lees ook: Drieënhalf uur koers in de stromende regen: 379 euro

Een genderneutraal beeld

Voor het ontwerp van dit jaar kwam daar dus een extra dimensie bij, tijdens het Gala van de Flandrien in november. De jaarprijzen voor de beste Vlaamse renners worden er uitgereikt, ook van zijn hand overigens, en na afloop kwam Jolien d’Hoore op hem afgestapt, baanrenster van origine maar ook nummer twee in de Ronde van 2015. Ze vroeg zich af waarom de trofeeën voor mannen en vrouwen altijd zo ontzettend in grootte verschillen – de mannenprijs is een stuk indrukwekkender dan die van de vrouwen – en of dat niet anders kon. Vanderplancke moet zich achter de oren hebben gekrabd. Een antwoord bleef hij schuldig.

In het Centrum Ronde van Vlaanderen, een wielermuseum in finishplaats Oudenaarde, staan twee trofeeën naast elkaar in een vitrine, die van Philippe Gilbert uit 2017, en die van Grace Verbeke uit 2010. De hare is inderdaad twee keer zo klein, gedrongen, terwijl die van Gilbert iets van een stier weg heeft, krachtig, dreigend maar gracieus. „Ik had daar nooit bij stilgestaan”, zegt Vanderplancke nu. „Ik bedoel: de Ronde voor vrouwen is óók mooi. Ik maakte de beelden gewoon anders, omdat vrouwen en mannen nu eenmaal anders zijn.”

Terug in zijn atelier zat het hem toch niet lekker. Hij volgt ook het nieuws, en in tijden van vrouwenemancipatie vond hij dat hij met twee verschillende beelden eigenlijk niet meer weg kon komen. Dus belde hij met Wim Van Herreweghe, de grote baas van De Ronde. Of het oké was als hij begon aan een uniseks ontwerp, dus gelijk voor mannen en vrouwen. „Want als je ziet wat de vrouwen moeten afleggen, dan is dat gelijkwaardig. Als ze zouden meerijden met de mannen, dan zouden ze nog een heel eind komen.”

Vanderplancke realiseerde zich ineens dat mannen én vrouwen even hard afzien, dat de intensiteit in de wedstrijd hetzelfde is, dat de stoerheid gelijk is, de energie, de overgave. Toen was het beeld in zijn hoofd al af. Het resultaat is een trofee waarin duidelijk het lichaam van een renner te herkennen is dat op hoogspanning staat, met de gekende kromme rug, de wielen, met gladde benen, gebogen armen, waar kracht maar ook elegantie afstraalt, dat sierlijk is, kortom een weergave van een werkelijkheid waar gemiddelde snelheden en af te leggen afstanden tussen de seksen verschillen maar niet ter zake doen. „Want de vrouwen werken even hard, en verdienen evenveel respect”, aldus de kunstenaar.

Dat hebben ze bij de organisatie van de Ronde ook altijd gevonden, zegt directeur Van Herreweghe. „Dat grootteverschil had niets te maken met een waardeoordeel. Dat lieten we zo vanwege de artistieke vrijheid van de kunstenaar. Toen hij met het idee van een genderneutraal beeld kwam, hebben we hem daarin opnieuw vrijgelaten. Want ook wij hebben respect voor de mannen én de vrouwen. Al moeten we de realiteit wel aanvaarden: de vrouwenwedstrijd groeit via de mannenwedstrijd. Dat moet op een gezonde manier gaan. Beetje bij beetje.”

‘Stop met appels en peren vergelijken’

Dat de wielerwereld conservatief is, valt te zien in het wielermuseum in Oudenaarde. Nabij de uitgang is een vleugel ingericht voor de ‘Koninginnen van de koers’, een tentoonstelling over het vrouwenwielrennen. De Ronde voor vrouwen wordt pas sinds 2004 verreden, dus gek veel is er niet te vertellen. Het museum kiest de volgende quote van Gerrie Knetemann, wereldkampioen van 1978, uit om groot af te beelden:

‘Vrouwen moeten lief zijn en vooral niet aan wielrennen doen. De sport is te zwaar en te gevaarlijk voor vrouwen. […] Bij verlies is het ook altijd zo’n tranendal.’

Vrouwelijke pioniers worden benoemd, grootheden afgebeeld. Aansluitend een paneel waarin het lichaam van Peter Sagan wordt vergeleken met dat van Lizzie Armitstead, beide oud-wereldkampioen en winnaars van de Ronde in 2016. ‘Waarom Lizzie het nooit zal halen van Peter’ staat erboven, en dan een uiteenzetting over verschillen in uithouding, vetpercentage, spiermassa. En het gaat over menstruatie, ‘waarbij rensters last kunnen hebben van prikkelbaarheid en vermoeidheid’. Het staat er echt.

Ze moesten eens stoppen met appels en peren vergelijken, zegt Jolien d’Hoore aan de telefoon, de renster die zorgde voor het volgende stapje onderweg naar gelijkheid in de wielersport. Ze kan het gesprek dat ze had met Fernand Vanderplancke over dezelfde trofeeën voor mannen en vrouwen nauwelijks nog voor de geest halen. „Maar hoe meer gelijkheid hoe beter.” De symbolische waarde van op het oog iets futiels als dezelfde trofee kan alleen maar helpen, vindt ze. Zeker in de grootste eendagskoers ter wereld. „Maar dan vooral voor de buitenwereld. Want voor de rensters gaat het om de koersen. Dat die professioneel worden georganiseerd, en live op televisie komen. Dan worden we gezien.”

Dat gaat gebeuren. De Ronde voor vrouwen wordt eerst uitgezonden op de Facebook-pagina van telefoonprovider Proximus, daarna online op Eurosport en de finale is live op de Vlaamse televisie. Nieuw is dat van veertig rensters data worden getoond; wattages, hartslagen, snelheden. ‘Omdat we onze schouders willen zetten onder het vrouwenwielrennen’, schrijven ze bij de organisatie.

Fernand Vanderplancke heeft daar op zijn oude dag maar mooi aan meegewerkt. Hij kan niet wachten tot het zondag is. De spanning bouwt zich op tot de huldiging, als de winnaars de trofeeën kussen. Dan wordt-ie altijd week van binnen.

Source link